Naar hoofdinhoud
1. Een krijgsmacht is niet onderworpen aan belastingheffing met betrekking tot aangelegenheden die uitsluitend binnen het kader van haar werkzaamheden als zodanig vallen, noch met betrekking tot de voor die werkzaamheden bestemde goederen. Dit is evenwel niet van toepassing op belastingen die voortvloeien uit deelneming van de krijgsmacht aan het Duitse economische leven of betrekking hebben op hiervoor bestemde goederen. Leveranties en diensten van de krijgsmacht aan haar leden, aan leden van de civiele dienst en aan gezinsleden worden niet beschouwd als deelneming aan het Duitse economische leven. 2. De ontheffing van douanerechten en andere in- en uitvoerrechten op goederen die door een krijgsmacht of civiele dienst worden in- of uitgevoerd of door hen worden verworven uit douane-entrepots of inrichtingen die onder douanecontrole staan, wordt vastgesteld in overeenstemming met artikel XI van het NAVO-Status Verdrag en artikel 65 van dit Verdrag. 3. Voor leveranties en andere diensten aan een krijgsmacht of een civiele dienst uit hoofde van bestellingen, door een officieel inkoopbureau van een krijgsmacht of civiele dienst gedaan, en bestemd voor het gebruik of verbruik door de krijgsmacht, de civiele dienst, hun leden of gezinsleden, worden de onder ii en iv bedoelde belastingfaciliteiten verleend. De belastingfaciliteiten worden bij de berekening van prijzen in aanmerking genomen. Leveranties en andere diensten aan een krijgsmacht of een civiele dienst zijn vrijgesteld van omzetbelasting. Deze vrijstelling geldt niet voor de verkoop van onbebouwde en bebouwde grond, noch voor het oprichten van gebouwen indien deze transacties zijn bedoeld voor de privé-behoeften van leden van de krijgsmacht of van de civiele dienst of van gezinsleden. Vervallen. Voor goederen die uit het niet aan douanetoezicht onderworpen verkeer (zollrechtlich freier Verkehr) geleverd worden aan een krijgsmacht of een civiele dienst, worden belastingfaciliteiten verleend die in de douane- en accijnswetgeving in geval van uitvoer zijn voorzien. Het onder a bepaalde is eveneens van toepassing, indien de Duitse autoriteiten aankopen verrichten of bouwwerkzaamheden uitvoeren voor een krijgsmacht of een civiele dienst. De onder a en b bedoelde faciliteiten worden verleend, mits aan de bevoegde Duitse autoriteiten het bewijs wordt geleverd dat aan de voorwaarden voor de verlening is voldaan. De wijze waarop dit bewijs wordt geleverd wordt in overeenkomsten tussen de Duitse autoriteiten en de autoriteiten van de staat van herkomst vastgelegd. 4. De bijzondere regelingen bedoeld in artikel XI, elfde lid, van het NAVO-Status Verdrag, voor brandstof en smeermiddelen, worden getroffen in overeenstemming met artikel 65, eerste lid onder b, en met het derde lid van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel