Naar hoofdinhoud

DEEL VII

Artikel 64

Artikel 64

Onderdeel van Protocol nopens de verkeerstekens· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 9 september 1957

1. Afgezien van de kennisgevingen ingevolge artikel 5, lid 5, artikel 58, artikel 60, leden 1, 3 en 5 en artikel 61, stelt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties de in het eerste lid van artikel 56 bedoelde Staten in kennis van: ondertekeningen, bekrachtigingen en toetredingen overeenkomstig artikel 56; kennisgevingen overeenkomstig artikel 57 met betrekking tot de toepasselijkheid van dit Protocol voor bepaalde gebieden; verklaringen, waarbij Staten overeenkomstig het derde lid van artikel 60 wijzigingen van het Protocol aanvaarden; bezwaren tegen wijzigingen van het Protocol, door Staten overeenkomstig het vijfde lid van artikel 60 ter kennis van de Secretaris-Generaal gebracht; het tijdstip van in werking treden van wijzigingen van het Protocol overeenkomstig het derde en vijfde lid van artikel 60; het tijdstip, waarop een Staat overeenkomstig het vierde lid van artikel 60 heeft opgehouden Partij bij het Protocol te zijn; het intrekken van bezwaren tegen een wijziging overeenkomstig het zevende lid van artikel 60; de lijst van Staten, gebonden door een wijziging van het Protocol; opzeggingen van het Verdrag tot het brengen van eenheid in de verkeerstekens van 30 Maart 1931 overeenkomstig artikel 59 van dit Protocol; opzeggingen van dit Protocol overeenkomstig artikel 61. 2. Het origineel van dit Protocol wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal, die aan de in het eerste lid van artikel 56 bedoelde Staten gewaarmerkte afschriften ervan doet toekomen. 3. De Secretaris-Generaal is gemachtigd dit Protocol bij het in werking treden te registreren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel