Naar hoofdinhoud

DEEL II › PARAGRAAF II

Artikel 20

Artikel 20

Onderdeel van Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 17 februari 1949

1. Binnen de tijd van een jaar na het van kracht worden van dit Verdrag kunnen Italiaanse burgers boven de leeftijd van achttien jaar (of gehuwde personen, die al of niet van die leeftijd zijn), van wie een der Zuidslavische talen (Servisch, Kroatisch of Sloweens) de gewone spreektaal is en die hun woonplaats op Italiaans grondgebied nebben, na indiening van een verzoek bij de Zuidslavische diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger in Italië, de Zuidslavische nationaliteit verkrijgen, wanneer de Zuidslavische autoriteiten hun verzoek inwilligen. 2. In die gevallen zal de Zuidslavische Regering langs diplomatieke weg aan de Italiaanse Regering de lijsten doen toekomen van de personen, die op die wijze de Zuidslavische nationaliteit hebben verworven. Op de dag, waarop deze lijsten officieel worden medegedeeld, verliezen de daarop genoemde personen hun Italiaanse nationaliteit. 3. De Italiaanse Regering kan eisen, dat die personen zich binnen één jaar na de dag, waarop voornoemde lijst officieel is medegedeeld, in Zuidslavië vestigen. 4. De regeling in lid 2 van artikel 19, betreffende de gevolgen, welke de nationaliteitskeuze voor echtgenoten en kinderen heeft, is eveneens van toepassing op de in dit artikel bedoelde personen. 5. De bepalingen, vervat in lid 10 van bijlage XIV van dit Verdrag met betrekking tot de overdracht van de bezittingen van personen, die de Italiaanse nationaliteit hebben gekozen, zijn eveneens van toepassing op de overdracht van bezittingen van personen, die ingevolge de bepalingen van dit artikel de Zuidslavische nationaliteit kiezen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel