Naar hoofdinhoud

DEEL II › PARAGRAAF III

Artikel 21

Artikel 21

Onderdeel van Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 17 februari 1949

1. Ingevolge dit artikel wordt ingesteld het Vrije Gebied van Triëst, gevormd door het gebied tussen de Adriatische Zee en de grenzen, die in de artikelen 4 en 22 van dit Verdrag omschreven zijn. Het Vrije Gebied van Triëst wordt erkend door de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden, alsmede door Italië, welke overeenkomen, dat de onaantastbaarheid en onafhankelijkheid van dit gebied door de Veiligheidsraad der Verenigde Naties gewaarborgd zullen worden. 2. De Italiaanse souvereiniteit over het gebied, dat het in lid 1 van dit artikel omschreven Vrije Gebied van Triëst vormt, zal bij het van kracht worden van dit Verdrag ophouden te bestaan. 3. Na de beëindiging van de Italiaanse souvereiniteit over het betrokken gebied zal het Vrije Gebied van Triëst bestuurd worden volgens de bepalingen van een Regeling voor het voorlopige bewind, vastgesteld door de Raad van Ministers van Buitenlandse Zaken en goedgekeurd door de Veiligheidsraad. Die Regeling blijft van kracht tot de datum, welke de Veiligheidsraad zal bepalen voor de in werking treding van het Permanente Statuut, dat door de Veiligheidsraad zal moeten worden goedgekeurd. Vanaf die datum zullen voor het Vrije Gebied de bepalingen van dit Permanente Statuut gelden. De tekst van het Permanente Statuut, zowel als van de Regeling voor het voorlopig bewind, zijn opgenomen in bijlage VI en VII. 4. Het Vrije Gebied van Triëst wordt niet beschouwd als afgestaan gebied in de zin van artikel 19 en van bijlage XIV van dit Verdrag. 5. Italië en Zuidslavië verbinden zich aan het Vrije Gebied van Triëst de in bijlage IX omschreven garanties te geven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel