Naar hoofdinhoud
1. De EG stelt de OZA-staten financiële hulp ter beschikking als bijdrage voor de tenuitvoerlegging van de programma's en projecten in het kader van de in deze overeenkomst en de desbetreffende hoofdstukken beschreven samenwerkingsgebieden en van de uitvoerige ontwikkelingsmatrix. 2. De partijen komen overeen adequate gezamenlijke institutionele regelingen te treffen om doeltreffend toezicht uit te oefenen op de tenuitvoerlegging van de ontwikkelingssamenwerking in het kader van deze overeenkomst. Een van die regelingen is de oprichting van een gezamenlijk ontwikkelingscomité. 3. De partijen komen overeen dat de institutionele regelingen flexibel blijven, zodat zij kunnen worden aangepast aan nieuwe nationale en regionale behoeften.

Rechtspraak bij dit artikel