De uitlevering zal altijd worden aangevraagd langs diplomatieken weg en bij gebreke van een diplomatieken agent door tusschenkomst van den hoogsten consulairen ambtenaar van het land, hetwelk de aanvraag doet.
De aanvraag tot uitlevering behoort vergezeld te gaan:
van het oorspronkelijk of van een gewaarmerkt afschrift hetzij van eene beschikking tot in staat van beschuldigingstelling of van eene beschikking waarbij rechtsingang is verleend met bevel van gevangenneming, hetzij van een bevel van gevangenneming, hetzij van elke andere akte dezelfde kracht hebbende, hetzij van het vonnis van veroordeeling, afgegeven door de bevoegde overheid in den vorm, voorgeschreven door de wetgeving van het land, dat de uitlevering aanvraagt.
Deze bescheiden moeten het feit, waarvan sprake is, voldoende omschrijven, ten einde het land, waaraan de uitlevering wordt gevraagd, in staat te stellen te beoordeelen of het, volgens zijne wetgeving, een geval daarstelt in het tegenwoordig verdrag voorzien;
van een afschrift der op het betrekkelijke feit toepasselijke strafbepalingen;
van al de benoodigde inlichtingen ten einde de identiteit van den opgeëischten persoon te staven;
van eene Fransche vertaling van alle deze stukken en van de strafbepalingen.
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Argentijnse Republiek tot wederzijdse uitlevering van misdadigers· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 20 februari 1898