De vreemdeling, wiens uitlevering voor een der in artikel 2 bedoelde feiten kan worden gevraagd, zal voorloopig kunnen worden aangehouden overeenkomstig de vormen voorgeschreven door de Wetgeving van het land, waaraan de uitlevering gevraagd wordt, krachtens een bericht overgebracht door de post of de telegraaf door tusschenkomst van den Minister van Buitenlandsche Zaken van den opeischenden Staat en van den diplomatieken of consulairen vertegenwoordiger van dien Staat in het andere land, en afkomstig van de bevoegde overheid van het land, dat de aanvraag doet, te weten:
van de zijde van Nederland, van elken officier van justitie of van elken rechter van instructie (rechter-commissaris);
van de zijde der Argentijnsche Republiek, van elken rechter van instructie of van elken strafrechter.
Dit bericht behoort te melden het bestaan en de overmaking van eene beschikking tot in staat van beschuldigingstelling of van eene beschikking waarbij rechtsingang is verleend met bevel van gevangenneming, van een bevel van gevangenneming of van een vonnis van veroordeeling.
De op deze wijze aangehouden persoon zal, ten ware hij uit anderen hoofde behoorde in hechtenis te blijven, in vrijheid worden gesteld, indien niet binnen twee maanden na de dagteekening zijner aanhouding, de aanvrage tot uitlevering langs diplomatieken of consulairen weg geschied is in den vorm bij artikel 11 bepaald.
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Argentijnse Republiek tot wederzijdse uitlevering van misdadigers· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 20 februari 1898