De woningen, magazijnen, fabrieken en winkels van de onderdanen van beide Hooge Contracteerende Partijen zullen binnen het gebied en de bezittingen van de andere, evenals alle daartoe behoorende lokalen, die voor geoorloofde doeleinden worden gebruikt, worden geëerbiedigd.
Het zal niet geoorloofd zijn er huiszoekingen te doen of onderzoekingen te houden, en evenmin om boeken, papieren of rekeningen in te zien of te onderzoeken, behalve onder de voorwaarden en met inachtneming van de vormen door de wetten voor de eigen onderdanen voorgeschreven.
Geschorst per 8 december 1941 (Trb. 1954/168). De schorsing is herroepen per 29 augustus 1953 (Trb. 1954/168).
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 9 oktober 1913