Geen der valdeuren van de nieuwe sluis van Klein Netterden mag worden opgehaald, dan wanneer de landweer of schouwgracht van Netterden, de Bergsche Wetering en de Wildt, zullen zijn op hunne diepten, breedten en geheele opening, bedongen bij art. 22, en wanneer alsdan het water in de schouwgracht, beneden gezegde nieuwe sluis, ten minste tot n°. 10 voet aan de pijlschaal der groote sluis van Leeuwenberg zal gedaald zijn, of, hetgeen op hetzelfde neerkomt, op drie voet nederwaarts van de grootste hoogte, welke bij het volgend artikel bepaald is, voor de nieuwe sluis van Klein Netterden, en de kruin van den zomerdam van dien naam.
Artikel 21
Artikel 21
Onderdeel van Grenstractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 3 december 1816