De binnenlandsche rechten, welke worden geheven voor rekening van den staat, van gemeenten of van corporaties en welke worden of zullen worden gelegd op de voortbrenging of het verbruik van een product binnen het gebied van een der Hooge Verdragsluitende Partijen, zullen in geen geval de voortbrengselen van de andere Partij hinderlijker treffen dan de gelijksoortige voortbrengselen van de meestbegunstigde natie.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Oostenrijk· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 13 november 1930