**1.** Een gevonniste persoon op wie dit Verdrag van toepassing kan zijn, dient door de staat van veroordeling in kennis te worden gesteld van de strekking van dit Verdrag.
**2.** Indien de gevonniste persoon zijn wens tot overbrenging ingevolge dit Verdrag aan de staat van veroordeling kenbaar heeft gemaakt, dient die staat de staat van tenuitvoerlegging zo spoedig mogelijk daarvan in kennis te stellen, zodra het vonnis onherroepelijk en voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden.
**3.** De kennisgeving dient de navolgende inlichtingen te omvatten:
de naam, geboortedatum en -plaats van de gevonniste persoon;
zijn eventuele adres in de staat van tenuitvoerlegging;
een opgave van de feiten die aan de veroordeling ten grondslag liggen;
de aard, duur en aanvangsdatum van de veroordeling;
het desbetreffende dossier- of zaaknummer, de behandelende instantie en een feitelijke omschrijving van de gepleegde strafbare feiten.
**4.** Indien de gevonniste persoon zijn wens tot overbrenging ingevolge dit Verdrag aan de staat van tenuitvoerlegging kenbaar heeft gemaakt, doet de staat van veroordeling die staat desgevraagd de in het derde lid, onder a) tot met d), bedoelde inlichtingen toekomen.
**5.** De gevonniste persoon dient van elke door de staat van veroordeling of door de staat van tenuitvoerlegging ingevolge de vorenstaande leden ondernomen actie schriftelijk in kennis te worden gesteld, alsmede van elke door een van de beide staten op een verzoek tot overbrenging genomen beslissing.
Artikel 4
Verplichting tot het verstrekken van inlichtingen
Onderdeel van Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Cuba· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 6 april 2017