**1.** Goederen (met inbegrip van bagage), alsmede schepen en andere vervoermiddelen, worden geacht zich in doorvoer door het grondgebied van een verdragsluitende partij te bevinden, wanneer de doortocht door dit grondgebied, al dan niet gepaard gaande met overlading, opslag, breking van de lading of verandering in de wijze van vervoer, deel uitmaakt van een volledige reis welke begint en eindigt buiten de landsgrenzen van de verdragsluitende partij over het grondgebied waarvan de doortocht plaatsvindt. Verkeer van deze aard wordt hierna in dit artikel „transitoverkeer” genoemd.
**2.** Er zal vrije doorvoer zijn door het grondgebied van elke verdragsluitende partij voor het transitoverkeer met bestemming naar of komende uit het grondgebied van andere verdragsluitende partijen, en wel langs de voor het internationale transitoverkeer meest geschikte wegen. Geen onderscheid zal worden gemaakt naar de vlag waaronder de schepen varen, de plaats van oorsprong, vertrek, binnenkomst, uitgang of bestemming, dan wel enige omstandigheid verband houdende met de eigendom der goederen, schepen of andere vervoermiddelen.
**3.** Elke verdragsluitende partij mag verlangen, dat het transitoverkeer door haar grondgebied wordt aangegeven aan het daartoe bestemde douanekantoor; dit verkeer zal echter, behalve wanneer wordt verzuimd te voldoen aan de geldende douanewetten en -regelingen, niet aan onnodige vertraging of beperking onderhevig zijn en het moet worden vrijgesteld van alle in-, uit- en doorvoerrechten of andere met de doorvoer in verband staande heffingen, behalve vervoerskosten of andere kosten evenredig aan de administratieve uitgaven verband houdende met de doorvoer, of aan de waarde van verleende diensten.
**4.** Alle heffingen en regelingen waaraan verdragsluitende partijen het transitoverkeer met bestemming naar of komende uit het grondgebied van andere verdragsluitende partijen onderwerpen, behoren redelijk te zijn, rekening houdende met de heersende verkeersomstandigheden.
**5.** Wat betreft heffingen, regelingen en formaliteiten terzake van doorvoer, behandelt elke verdragsluitende partij het transitoverkeer met bestemming naar of komende uit het grondgebied van een andere verdragsluitende partij niet minder gunstig dan het transitoverkeer met bestemming naar of komende uit enig derde land.
**6.** Elke verdragsluitende partij behandelt de produkten die door het grondgebied van een andere verdragsluitende partij zijn vervoerd niet minder gunstig dan wanneer zij van de plaats van oorsprong naar hun bestemming waren vervoerd zonder door het grondgebied van die andere verdragsluitende partij te gaan. Aan iedere verdragsluitende partij staat het echter vrij haar op de dag van het sluiten van deze Overeenkomst bestaande eisen van directe verzending te handhaven met betrekking tot goederen ten aanzien waarvan deze directe verzending een noodzakelijke voorwaarde is om tegen preferentiële invoertarieven te worden toegelaten of betrekking heeft op de door de verdragsluitende partij voorgeschreven methode van waardebepaling met het oog op het invoerrecht.
**7.** De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de exploitatie van luchtvaartuigen in het doorvoerverkeer, doch wel op de doorvoer van goederen (met inbegrip van bagage) door de lucht.
De Engelse en Franse tekst van de Overeenkomst is oorspronkelijk
gepubliceerd in Stb.1950/K 440. De vertaling is gepubliceerd in
Stb.1950/K 440. De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast per 1
januari 1948, zie Trb. 1951/53. Het verdrag is aangevuld en
gewijzigd door de in rubriek J van Trb. 1954/129 en rubriek J van
Trb. 1956/29 genoemde Protocollen, Overeenkomsten, etc.
DEEL II
Artikel V
Vrijheid van doorvoer
Onderdeel van Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel· Financieel en economisch recht