Naar hoofdinhoud

DEEL II

Artikel VI

Anti-dumping- en compenserende rechten

Onderdeel van Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel· Financieel en economisch recht

1. De verdragsluitende partijen erkennen dat dumping, waardoor produkten uit een land tegen een lagere dan hun normale prijs in een ander land aan de markt worden gebracht, moet worden veroordeeld, indien zulks aanmerkelijke schade toebrengt of dreigt toe te brengen aan een gevestigde industrie in het gebied van een verdragsluitende partij, dan wel de vestiging van een binnenlandse industrie aanmerkelijk vertraagt. Voor de toepassing van dit artikel moet een uit een land naar een ander land geëxporteerd produkt worden beschouwd als tegen een lagere dan de normale prijs op de markt van een importerend land te zijn gebracht, indien de prijs van dit produkt: lager is dan de vergelijkbare bij normale handelstransacties gangbare prijs van het overeenkomstige produkt, wanneer het bestemd is om in het land van uitvoer te worden verbruikt, of, bij gebreke van zulk een binnenlandse prijs, lager is dan de hoogste vergelijkbare normale handelsprijs van het overeenkomstige produkt bij uitvoer naar enig derde land, of lager is dan de produktiekosten van het produkt in het land van oorsprong, vermeerderd met een redelijke toeslag voor verkoopkosten en winst. Van geval tot geval dient rekening te worden gehouden met verschillen in verkoopvoorwaarden en belasting en met andere verschillen die bij prijsvergelijking van invloed zijn. 2. Teneinde de werking van dumping teniet te doen of dumping te beletten mag een verdragsluitende partij op elk produkt waarop dumping wordt toegepast een anti-dumpingrecht heffen dat niet hoger mag zijn dan de op dit produkt betrekking hebbende marge van dumping. Voor de toepassing van dit artikel dient onder marge van dumping te worden verstaan het overeenkomstig het bepaalde in lid 1 vastgestelde prijsverschil. 3. Van een produkt van oorsprong uit het grondgebied van een verdragsluitende partij hetwelk in dat van een andere verdragsluitende partij wordt ingevoerd, mag geen hoger compenserend recht worden geheven dan het geschatte bedrag van de premie of subsidie waarvan geconstateerd is dat zij in het land van oorsprong of uitvoer op de vervaardiging, produktie of uitvoer van zulk een produkt, rechtstreeks of middellijk, is verleend, daaronder begrepen elke bijzondere subsidie op het vervoer van een bepaald produkt. Onder de term „compenserend recht” dient te worden verstaan een bijzonder recht geheven om de werking van een premie of subsidie welke, rechtstreeks of middellijk, op de vervaardiging, produktie of uitvoer van enig produkt is verleend, teniet te doen. 4. Geen produkt van oorsprong uit het grondgebied van een verdragsluitende partij hetwelk in dat van een andere verdragsluitende partij wordt ingevoerd, mag aan een anti-dumping- of compenserend recht worden onderworpen op grond van het feit dat dit produkt is vrijgesteld van rechten of belastingen waarmede het overeenkomstige produkt is belast, wanneer het bestemd is om in het land van oorsprong of uitvoer te worden verbruikt, of op grond van het feit dat zodanige rechten of belastingen worden gerestitueerd. 5. Geen produkt van oorsprong uit het grondgebied van een verdragsluitende partij hetwelk wordt ingevoerd in dat van een andere verdragsluitende partij, mag tegelijkertijd aan een anti-dumping- en een compenserend recht worden onderworpen als compensatie voor eenzelfde toestand die is geschapen door dumping of uitvoersubsidiëring. 6. Een verdragsluitende partij mag slechts dan een antidumping- of compenserend recht heffen bij de invoer van enig produkt van oorsprong uit het grondgebied van een andere verdragsluitende partij, indien zij vaststelt, dat de werking van de dumping, onderscheidenlijk de subsidie, zodanig is, dat deze aanmerkelijke schade toebrengt of dreigt toe te brengen aan een gevestigde binnenlandse industrie, dan wel de vestiging van een binnenlandse industrie aanmerkelijk vertraagt. De VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN mogen ontheffing verlenen van het bepaalde sub (a) van dit lid, teneinde het een verdragsluitende partij mogelijk te maken een anti-dumping- of compenserend recht te heffen bij de invoer van enig produkt, met het doel de werking teniet te doen van dumping of subsidiëring welke aanmerkelijke schade toebrengt of dreigt toe te brengen aan een industrie, binnen het grondgebied van een andere verdragsluitende partij, die het betrokken produkt naar het grondgebied van de importerende verdragsluitende partij uitvoert. De VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN dienen ontheffing te verlenen van het bepaalde sub (a) van dit lid, teneinde het mogelijk te maken een compenserend recht te heffen in de gevallen waarin zij vaststellen, dat een subsidie aanmerkelijke schade toebrengt of dreigt toe te brengen aan een industrie binnen het grondgebied van een andere verdragsluitende partij die het betrokken produkt naar het grondgebied van de importerende verdragsluitende partij uitvoert. Niettemin kan een verdragsluitende partij in bijzondere omstandigheden wanneer de vertraging aanleiding kan geven tot moeilijk te herstellen schade, zonder voorafgaande goedkeuring van de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN een compenserend recht heffen voor de sub (b) van dit lid bedoelde doeleinden, mits de verdragsluitende partij de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN onmiddellijk in kennis stelt van de genomen maatregel en het compenserende recht terstond wordt ingetrokken indien de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN niet met de toepassing ervan instemmen. 7. Een stelsel om, onafhankelijk van het verloop der exportprijzen, hetzij de binnenlandse prijs van een stapelprodukt hetzij de bruto opbrengst voor binnenlandse producenten van een stapelprodukt te stabiliseren, welk stelsel somtijds ten gevolge heeft, dat een produkt voor export wordt verkocht tegen een lagere prijs dan de vergelijkbare prijs voor een overeenkomstig produkt welke aan kopers op de binnenlandse markt in rekening wordt gebracht, wordt niet geacht een aanmerkelijke schade in de zin van lid 6 toe te brengen, indien na overleg tussen de verdragsluitende partijen welke bij het betrokken produkt een aanmerkelijk belang hebben wordt vastgesteld: dat het stelsel ook wel heeft geleid tot de verkoop voor export van het desbetreffende produkt tegen een hogere prijs dan de vergelijkbare prijs voor een overeenkomstig produkt welke aan kopers op de binnenlandse markt in rekening wordt gebracht, en dat het stelsel, door doelmatige regeling van de produktie of anderszins, zodanig werkt, dat het de uitvoer niet al te zeer stimuleert of op andere wijze de belangen van andere verdragsluitende partijen ernstig schaadt. De Engelse en Franse tekst van de Overeenkomst is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb.1950/K 440. De vertaling is gepubliceerd in Stb.1950/K 440. De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast per 1 januari 1948, zie Trb. 1951/53. Het verdrag is aangevuld en gewijzigd door de in rubriek J van Trb. 1954/129 en rubriek J van Trb. 1956/29 genoemde Protocollen, Overeenkomsten, etc.

Rechtspraak bij dit artikel