Naar hoofdinhoud

DEEL II

Artikel XIV

Uitzonderingen op de regel van non-discriminatie

Onderdeel van Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel· Financieel en economisch recht

1. Een verdragsluitende partij die krachtens artikel XII of sectie B van artikel XVIII beperkingen toepast mag bij de toepassing dezer beperkingen op zodanige wijze afwijken van de bepalingen van artikel XIII, dat de uitwerking gelijkwaardig is aan die der beperkingen welke deze verdragsluitende partij op dat tijdstip op betalingen en overmakingen bij lopende internationale transacties mag toepassen krachtens artikel VIII of artikel XIV van de Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds of krachtens hiermede overeenkomende bepalingen van een ingevolge lid 6 van artikel XV aangegane speciale valuta-overeenkomst. 2. Een verdragsluitende partij die krachtens artikel XII of sectie B van artikel XVIII invoerbeperkingen toepast, mag met toestemming van de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN tijdelijk afwijken van de bepalingen van artikel XIII met betrekking tot een klein gedeelte van haar buitenlandse handel, in geval de hieruit voortvloeiende voordelen voor de betrokken verdragsluitende partij of verdragsluitende partijen de nadelen welke hierdoor voor de handel van andere verdragsluitende partijen kunnen optreden belangrijk overtreffen. 3. De bepalingen van artikel XIII beletten niet, dat ingevolge de bepalingen van artikel XII of sectie B van artikel XVIII een groep gebieden die een gemeenschappelijk quotum hebben in het Internationale Monetaire Fonds beperkingen toepassen op de invoer uit andere landen, doch niet op hun onderlinge goederenverkeer, op voorwaarde dat dergelijke beperkingen in ieder ander opzicht verenigbaar zijn met de bepalingen van artikel XIII. 4. Een verdragsluitende partij die invoerbeperkingen toepast krachtens artikel XII of sectie B van artikel XVIII wordt door de artikelen XI tot XV of door sectie B van artikel XVIII van deze Overeenkomst niet belet maatregelen toe te passen om, zonder af te wijken van de bepalingen van artikel XIII, haar uitvoer zodanig te richten, dat haar opbrengsten aan deviezen die zij kan benutten zo hoog mogelijk zijn. 5. Een verdragsluitende partij wordt door de artikelen XI tot en met XV of door sectie B van artikel XVIII van deze Overeenkomst niet belet kwantitatieve beperkingen toe te passen: die een uitwerking hebben welke gelijkwaardig is aan beperkende deviezenbepalingen toegestaan krachtens sectie 3 (b) van artikel VII van de Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds, of krachtens de preferentiële regelingen bedoeld in Bijlage A van deze Overeenkomst, in afwachting van het resultaat van de daarin genoemde onderhandelingen. De Engelse en Franse tekst van de Overeenkomst is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb.1950/K 440. De vertaling is gepubliceerd in Stb.1950/K 440. De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast per 1 januari 1948, zie Trb. 1951/53. Het verdrag is aangevuld en gewijzigd door de in rubriek J van Trb. 1954/129 en rubriek J van Trb. 1956/29 genoemde Protocollen, Overeenkomsten, etc.

Rechtspraak bij dit artikel