**1.** De VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN streven naar samenwerking met het Internationale Monetaire Fonds teneinde een gecoördineerd beleid te voeren ten aanzien van valuta-aangelegenheden behorende tot de competentie van het Fonds, alsmede ten aanzien van kwantitatieve beperkingen en andere handelsmaatregelen behorende tot de competentie van de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN.
**2.** In alle gevallen waarin de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN problemen betreffende monetaire reserves, betalingsbalansen of deviezenregelingen krijgen te beoordelen of te behandelen plegen zij nauw overleg met het Internationale Monetaire Fonds. Bij zulk overleg aanvaarden de VEDRAGSLUITENDE PARTIJEN alle door het Fonds gegeven feitelijke uitspraken op statistisch en ander gebied ten aanzien van deviezen, monetaire reserves en betalingsbalansen, evenals de uitspraak van het Fonds of een door een Verdragsluitende partij genomen maatregel met betrekking tot valuta-aangelegenheden al dan niet in overeenstemming is met de Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds of met de bepalingen van een speciale valuta-overeenkomst tussen die verdragsluitende partij en de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN. De VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN aanvaarden bij het nemen van een eindbeslissing in gevallen waarbij de in lid 2 (a) van artikel XII of in lid 9 van artikel XVIII genoemde criteria zijn betrokken, de uitspraak van het Fonds ten aanzien van hetgeen als een aanzienlijke daling, een zeer laag peil of een redelijke toeneming van de monetaire reserves der verdragsluitende partij wordt aangemerkt, zomede ten aanzien van de financiële aspecten van andere aangelegenheden waartoe het overleg zich in dergelijke gevallen uitstrekt.
**3.** De VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN dienen met het Fonds tot overeenstemming te komen over de te volgen procedure bij het overleg bedoeld in lid 2 van dit artikel.
**4.** De verdragsluitende partijen mogen noch door deviezenmaatregelen de opzet van deze Overeenkomst, noch door maatregelen op het gebied van de handel de opzet van de Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds verijdelen.
**5.** Indien de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN te eniger tijd van oordeel zijn, dat een verdragsluitende partij deviezenbeperkingen op betalingen en overmakingen voortvloeiende uit de invoer toepast op een wijze welke onverenigbaar is met de uitzonderingen waarin deze Overeenkomst met betrekking tot kwantitatieve beperkingen voorziet geven zij daarvan kennis aan het Fonds.
**6.** Elke verdragsluitende partij die geen lid is van het Fonds dient, binnen een door de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN na overleg met het Fonds vast te stellen termijn, lid van het Fonds te worden of, bij gebreke daarvan, een speciale valuta-overeenkomst met de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN aan te gaan. Een verdragsluitende partij welke ophoudt lid te zijn van het Fonds gaat terstond een speciale valuta-overeenkomst met de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN aan. Iedere speciale valuta-overeenkomst door een verdragsluitende partij krachtens dit lid aangegaan vormt onmiddellijk daarna een deel van haar verplichtingen uit hoofde van deze Overeenkomst.
**7.** Een speciale valuta-overeenkomst gesloten tussen een verdragsluitende partij en de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN krachtens lid 6 van dit artikel dient ten genoege van de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN te bepalen dat de doeleinden van deze Overeenkomst niet zullen worden teniet gedaan door valutaregelingen van de betrokken verdragsluitende partij.
De bepalingen van zulk een overeenkomst mogen aan de verdragsluitende partij geen verplichtingen inzake valuta-aangelegenheden opleggen die in het algemeen beperkender zijn dan die welke door de Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds aan de leden van het Fonds worden opgelegd.
**8.** Een verdragsluitende partij die geen lid is van het Fonds dient in het algemene kader van sectie 5 van artikel VIII van de Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds alle gegevens te verstrekken die de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN kunnen verlangen teneinde de hun bij deze Overeenkomst toegewezen taken te kunnen uitoefenen.
**9.** Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst mag een beletsel vormen voor:
het gebruik maken door een verdragsluitende partij van deviezenregelingen of -beperkingen overeenkomstig de Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds of de speciale valuta-overeenkomst door deze verdragsluitende partij met de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN gesloten; of
het gebruik maken door een verdragsluitende partij van beperkingen van of regelingen inzake in- en uitvoer met als enig doel, naast hetgeen is toegestaan bij de artikelen XI, XII, XIII en XIV, de deviezenregelingen of -beperkingen doeltreffend te maken.
De Engelse en Franse tekst van de Overeenkomst is oorspronkelijk
gepubliceerd in Stb.1950/K 440. De vertaling is gepubliceerd in
Stb.1950/K 440. De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast per 1
januari 1948, zie Trb. 1951/53. Het verdrag is aangevuld en
gewijzigd door de in rubriek J van Trb. 1954/129 en rubriek J van
Trb. 1956/29 genoemde Protocollen, Overeenkomsten, etc.
DEEL II
Artikel XV
Valutaregelingen
Onderdeel van Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel· Financieel en economisch recht