**1.** Elke verdragsluitende partij verbindt zich, voor het geval zij een staatsonderneming sticht of in stand houdt, waar deze ook gevestigd is, of aan enige onderneming rechtens of in feite uitsluitende of bijzondere rechten verleent, dat zulk een onderneming bij haar aankopen of verkopen welke invoer of uitvoer ten gevolge hebben, zal handelen naar de algemene beginselen van non-discriminatoire behandeling die in deze Overeenkomst is voorgeschreven ten aanzien van regeringsmaatregelen betreffende de invoer of uitvoer door particuliere handelaren.
De bepalingen sub (a) van dit lid moeten aldus worden verstaan, dat bedoelde ondernemingen, met inachtneming van de andere bepalingen van deze Overeenkomst, zich bij zulke aankopen en verkopen slechts mogen laten leiden door commerciële overwegingen, zoals prijs, kwaliteit, beschikbaarheid, verhandelbaarheid, vervoer en andere koop- of verkoopvoorwaarden, en aan de ondernemingen van andere verdragsluitende partijen voldoende gelegenheid dienen te geven, deel te nemen aan zulke aan- of verkopen op voorwaarde van vrije mededinging en overeenkomstig de gewone handelsgebruiken.
Geen verdragsluitende partij mag een onderneming (al dan niet een onderneming bedoeld onder (a) van dit lid) welke onder haar rechtsmacht valt, verhinderen te handelen in overeenstemming met de beginselen genoemd sub (a) en (b) van dit lid.
**2.** Het bepaalde in lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op invoer van produkten welke zijn bestemd voor onmiddellijk of uiteindelijk verbruik door of voor rekening van de overheid en overigens niet bestemd voor wederverkoop of gebruik bij de produktie van ten verkoop bestemde goederen. Ten aanzien van deze invoer kent elke verdragsluitende partij aan de handel van de andere verdragsluitende partijen een behoorlijke en billijke behandeling toe.
**3.** De verdragsluitende partijen erkennen, dat ondernemingen als bedoeld in lid 1 (a) van dit artikel zodanig kunnen werken, dat zij ernstige belemmeringen van de handel kunnen veroorzaken; zodoende is het houden van onderhandelingen, op grondslag van wederkerigheid en wederzijds voordeel, om zulke belemmeringen te beperken of te verminderen, van belang voor de uitbreiding van de internationale handel.
**4.** De verdragsluitende partijen geven aan de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN op, welke produkten worden ingevoerd in of uitgevoerd uit hun grondgebied door ondernemingen als bedoeld in lid 1 (a) van dit artikel.
Een verdragsluitende partij die een monopolie op de invoer van een produkt waarop geen concessie krachtens artikel II is verleend, instelt, handhaaft of erkent, moet, op verzoek van een andere verdragsluitende partij die een aanmerkelijk belang bij de handel in dit produkt heeft, de VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN in kennis stellen van de prijsverhoging bij invoer van bedoeld produkt gedurende een recente basisperiode, dan wel, indien zulks niet mogelijk is, van de bij wederverkoop gevraagde prijs.
De VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN kunnen, op verzoek van een verdragsluitende partij die redenen heeft aan te nemen dat haar belangen als gewaarborgd in deze Overeenkomst worden geschaad door de werking van een onderneming als bedoeld in lid 1 (a), de verdragsluitende partij die zulk een onderneming instelt, in stand houdt of erkent, uitnodigen inlichtingen te verschaffen omtrent de werking van bedoelde onderneming, voor zover zulks de uitvoering van de bepalingen van deze Overeenkomst betreft.
De bepalingen van dit lid verplichten een verdragsluitende partij niet vertrouwelijke inlichtingen te verstrekken, waarvan de openbaarmaking de toepassing van de wet belemmert, met het algemeen belang in strijd is of schade toebrengt aan de rechtmatige handelsbelangen van particuliere ondernemingen.
De Engelse en Franse tekst van de Overeenkomst is oorspronkelijk
gepubliceerd in Stb.1950/K 440. De vertaling is gepubliceerd in
Stb.1950/K 440. De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast per 1
januari 1948, zie Trb. 1951/53. Het verdrag is aangevuld en
gewijzigd door de in rubriek J van Trb. 1954/129 en rubriek J van
Trb. 1956/29 genoemde Protocollen, Overeenkomsten, etc.
DEEL II
Artikel XVII
Staatshandelsondernemingen
Onderdeel van Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel· Financieel en economisch recht