**1.** Indien een overeenkomstsluitende partij het oneens is met een andere overeenkomstsluitende partij over de uitlegging van een bepaling van deze overeenkomst of indien zij van mening is dat een andere overeenkomstsluitende partij haar verplichtingen krachtens deze overeenkomst niet heeft nageleefd, kan zij de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie. Het arrest van het Hof van Justitie is bindend voor de partijen bij de procedure.
Indien het Hof van Justitie oordeelt dat een overeenkomstsluitende partij haar verplichtingen krachtens deze overeenkomst niet heeft nageleefd, neemt de betrokken overeenkomstsluitende partij binnen een door het Hof van Justitie te bepalen termijn de maatregelen die nodig zijn ter uitvoering van het arrest. Indien de betrokken overeenkomstsluitende partij niet de maatregelen neemt die nodig zijn om een einde te maken aan de inbreuk binnen de door het Hof van Justitie gestelde termijn, is het gebruik van de compartimenten van alle overeenkomstsluitende partijen, als bedoeld in artikel 5, lid 1, punt b), uitgesloten met betrekking tot instellingen die in de betrokken overeenkomstsluitende partij over een vergunning beschikken.
**2.** Dit artikel vormt een compromis tussen de overeenkomstsluitende partijen in de zin van artikel 273 VWEU.
**3.** Lidstaten die niet de euro als munt hebben en die deze overeenkomst niet bekrachtigd hebben, kunnen de depositaris kennis geven van hun voornemen om deel uit te maken het in lid 2 van dit artikel bedoelde compromis wat betreft het voorleggen van geschillen omtrent de uitlegging en de tenuitvoerlegging van artikel 15 aan het Hof van Justitie. De depositaris deelt de kennisgeving van de betrokken lidstaat mee aan de overeenkomstsluitende partijen, waarop de betrokken lidstaat partij wordt bij het in lid 2 van dit artikel bedoelde compromis voor de toepassing van dit lid.
TITEL IV
Artikel 14
Geschillenbeslechting
Onderdeel van Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2016