Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Aanwijzing van Luchtvaartmaatschappijen

Onderdeel van Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba, en de Republiek Colombia· Vervoersrecht

1. Elke partij heeft het recht, bij schriftelijke notawisseling tussen de luchtvaartautoriteiten, aan de andere partij een of meer luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor de exploitatie van de overeengekomen luchtdiensten op de in dit Verdrag omschreven routes. 2. Na ontvangst van bedoelde aanwijzing en van het verzoek van de aangewezen luchtvaartmaatschappij, op de voor de exploitatievergunning voorgeschreven vorm en wijze, verleent elke partij met een minimum aan formaliteiten de desbetreffende exploitatievergunning op voorwaarde dat: de aangewezen luchtvaartmaatschappij haar hoofdvestiging en haar werkelijke en feitelijke zetel heeft op het grondgebied van de aanwijzende partij; de partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst daadwerkelijk toezicht houdt en handhaaft op haar naleving van de regelgeving; de partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst voldoet aan de bepalingen van artikel 7 (Operationele veiligheid) en artikel 8 (Veiligheid van de luchtvaart); en de aangewezen luchtvaartmaatschappij in staat is te voldoen aan overige in de wet- en regelgeving gestelde voorwaarden die de partij die de aanvraag ontvangt gewoonlijk toepast op de exploitatie van internationaal luchtvervoer. 3. Voor de vaststelling van de vestigingsplaats van het hoofdkantoor worden factoren in aanmerking genomen als: de luchtvaartmaatschappij is gevestigd en opgericht op het grondgebied van de aanwijzende partij conform de desbetreffende nationale wet- en regelgeving; een aanzienlijk deel van haar operaties en kapitaalsinvesteringen zijn gedaan in fysieke inrichtingen op het grondgebied van de aanwijzende partij; haar luchtvaartuigen zijn geregistreerd en hebben hun thuishaven op dat grondgebied; en zij stelt een aanzienlijk aantal onderdanen te werk in leidinggevende, technische en operationele functies. 4. Voor de vaststelling van daadwerkelijk toezicht op naleving van de regelgeving dienen elementen in aanmerking te worden genomen als: de luchtvaartmaatschappij beschikt over een geldige licentie of exploitatievergunning, afgegeven door de aanwijzende luchtvaartautoriteit, zoals een Bewijs luchtvaartexploitant (AOC); zij voldoet aan de door de aanwijzende partij gestelde criteria voor de exploitatie van internationale luchtdiensten, zoals bewijs van bekwaamheid om te voldoen aan de vereisten van het algemeen belang en aan haar uit de garantie op de diensten voortvloeiende verplichtingen; en de aanwijzende partij beschikt over en handhaaft programma’s ter toezicht op de operationele veiligheid en de veiligheid van de luchtvaart die voldoen aan de normen van ICAO.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel