Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Intrekking, Schorsing of Beperking van de Vergunning

Onderdeel van Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba, en de Republiek Colombia· Vervoersrecht

1. De luchtvaartautoriteiten van elke partij hebben het recht de in artikel 3 (Aanwijzing van luchtvaartmaatschappijen) van dit Verdrag genoemde vergunningen aan een door de andere partij aangewezen luchtvaartmaatschappij te weigeren, in te trekken of te schorsen of daaraan, al dan niet tijdelijk, voorwaarden te stellen: wanneer zij van oordeel zijn dat de aangewezen luchtvaartmaatschappij niet haar hoofdvestiging en werkelijke en feitelijke zetel heeft op het grondgebied van de aanwijzende partij; wanneer zij van oordeel zijn dat de partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst geen daadwerkelijk toezicht houdt en handhaaft op de naleving van de regelgeving door de luchtvaartmaatschappij; wanneer zij van oordeel zijn dat de partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst niet voldoet aan de bepalingen van artikel 7 (Operationele veiligheid) en artikel 8 (Veiligheid van de luchtvaart); en wanneer genoemde aangewezen luchtvaartmaatschappij niet gekwalificeerd is om te voldoen aan andere door de partij die de aanwijzing ontvangt, krachtens gewoonlijk op de exploitatie van internationale luchtdiensten toegepaste wet- en regelgeving, gestelde voorwaarden. 2. In het geval dat onmiddellijke maatregelen ter voorkoming van schending van eerder genoemde wet- en regelgeving geboden zijn of dat de operationele veiligheid of de veiligheid van de luchtvaart maatregelen vereist conform het bepaalde in artikel 7 (Operationele veiligheid) of artikel 8 (Veiligheid van de luchtvaart), worden de in het eerste lid van dit artikel genoemde rechten slechts uitgeoefend na overleg door de luchtvaartautoriteiten conform artikel 27 (Overleg en wijzigingen) van dit Verdrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel