**1.** Ten behoeve van het mandaat dat het Agentschap krachtens deze Verklaring is verleend en in overeenstemming met de Lanceervoertuigresoluties, 2005 en 2014 alsmede de gewijzigde exploitatieovereenkomsten voor Ariane en Vega, komt ESA wijzigingen van de LEO voor de exploitatie van de Ariane 6- en Vega C-lanceervoertuigen overeen zoals voorzien in bovengenoemd artikel II.3. Een dergelijke gewijzigde LEA omvat wijzigingen van de bestaande afzonderlijke Protocollen voor Ariane en Vega, wat Ariane 6 en Vega C betreft, die medeondertekend worden door ESA, de leverancier van lanceerdiensten en de respectieve hoofdaannemers voor het lanceersysteem en omvat de omschrijving van de respectieve rollen en verantwoordelijkheden van deze laatsten met betrekking tot de exploitatie van de Ariane-6 en Vega C-lanceervoertuigen. De gewijzigde LEA verplicht de leverancier van lanceerdiensten met betrekking tot elk door ESA ontwikkeld lanceervoertuig en het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd, met inachtneming van de taken waarmee hij is belast, ertoe:
de werkzaamheden waarmee hij is belast uit te voeren in overeenstemming met het ESA-Verdrag, met de bepalingen van het Verdrag inzake de kosmische ruimte en met de toepasselijke nationale wet- en regelgeving;
zich te houden aan de besluiten genomen door de krachtens het bovenstaande artikel I.10 ingestelde Verkoopcontrolecommissie;
ermee in te stemmen dat:
de voornaamste doelstelling van de onderneming van de leverancier van lanceerdiensten de exploitatie van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen is;
hij de exploitatie van het Sojoez-lanceervoertuig vanaf het CSG verzorgt ter ondersteuning van de voornaamste doelstelling van de onderneming van de leverancier van lanceerdiensten;
de exploitatie van andere lanceervoertuigen vanaf het CSG door hem mag worden uitgevoerd, na toestemming van de ESA-Raad en van de Franse Regering, ter ondersteuning van de voornaamste doelstelling van de onderneming;
andere werkzaamheden door hem mogen worden uitgevoerd na overleg met de ESA-Raad en de Partijen, indien daarom door een van hen wordt verzocht, en dat deze geen negatieve gevolgen mogen hebben voor de voornaamste doelstelling van de onderneming;
alle bovengenoemde werkzaamheden door hem worden uitgevoerd in overeenstemming met de relevante besluiten van de Raad van ESA en, al naargelang van toepassing, met de overeenkomst tussen ESA en Frankrijk;
hij de in artikel I.8 vervatte prioritaire volgorde zal eerbiedigen;
beleid inzake de toewijzing van nuttige lading te implementeren met als doel, voor elk door ESA ontwikkeld lanceervoertuig, de minimale lanceerfrequentie te waarborgen die bijdraagt aan het behouden van de Europese industriële capaciteit die nodig is om de toegang tot de ruimte voor Europa te waarborgen en daarbij rekening te houden met de prestaties van de desbetreffende lanceervoertuigen;
een bedrijfsplan op te stellen, met inbegrip van een risicobeoordeling, op basis van met het Agentschap overeengekomen bindende doelstellingen, zoals betrouwbaarheid, lanceerfrequentie en -schema, dat, met betrekking tot Ariane 5 en, voor de huidige Vega-lanceringen, tot en met vluchtnummer 16, die naar verwachting medio 2019 zijn afgerond, gezamenlijk wordt overeengekomen met de hoofdaannemers van de desbetreffende lanceersystemen;
een bedrijfsplan op te stellen, per medio 2019, met inbegrip van een risicobeoordeling, op basis van bindende doelstellingen zoals vervat in de gewijzigde LEA, zoals betrouwbaarheid, lanceerfrequentie en -schema, dat gezamenlijk wordt overeengekomen met de hoofdaannemers van de desbetreffende lanceersystemen wat betreft respectievelijk Ariane 6 en de huidige Vega/Vega C, met het oog op het waarborgen van een exploitatie van alle door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen die wederzijds voordeel oplevert. In het geval van hardnekkige meningsverschillen bemiddelt het Agentschap tussen Arianespace en de betrokken hoofdaannemer van het lanceersysteem. Het Agentschap brengt verslag uit over de uitkomst van de bemiddeling aan de Partijen bij deze Verklaring en aan de Lidstaten die bijdragen aan de ontwikkeling van het desbetreffende lanceervoertuig tijdens de bijeenkomsten van de Raad van het Agentschap of van zijn ondergeschikt orgaan dat belast is met kwesties die samenhangen met de lanceervoertuigen teneinde hen in staat te stellen de situatie te beoordelen en, indien de hardnekkige meningsverschillen niet door bemiddeling zijn opgelost, een besluit te nemen over de exploitatie van het desbetreffende lanceervoertuig. Bovenstaande procedure laat de toepassing van de artikelen II.4.e en II.6 onverlet.
voor elk door ESA ontwikkeld lanceervoertuig, de verdeling van industriële werkzaamheden te eerbiedigen die voortvloeit uit alle relevante ontwikkelingsprogramma's voor lanceervoertuigen die door het Agentschap worden uitgevoerd in overeenstemming met de bepalingen van de in de preambule bedoelde exploitatieovereenkomsten, op basis van de volgende bepalingen:
indien de leverancier van lanceerdiensten van mening is dat deze verdeling niet kan worden gehandhaafd omdat de industriële voorstellen onredelijk zijn in termen van prijs, kwaliteit of leverdata, wordt het werk door hem openbaar aanbesteed;
alvorens tot deze maatregel over te gaan, brengt de leverancier van lanceerdiensten de betrokken Partij en de Directeur-Generaal van het Agentschap op de hoogte van zijn voornemen en van de redenen die eraan ten grondslag liggen, zodat binnen een redelijke termijn gezamenlijk een oplossing kan worden gevonden. Het Agentschap wordt betrokken bij de procedure die leidt tot enige verandering in de verdeling van industriële werkzaamheden voortvloeiend uit alle programma's voor de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen die door het Agentschap worden uitgevoerd. De procedures zijn zoals vastgelegd in de bijzondere overeenkomsten die tussen het Agentschap en Arianespace worden gesloten in overeenstemming met de bepalingen van het bovenstaande artikel II.3;
de vorige aannemer kan het beste financiële bod evenaren en krijgt voorrang met betrekking tot alle industriële voorstellen die gelijkwaardig zijn in termen van prijs, leverdata en kwaliteit;
de rechten en informatie die hem uit hoofde van het bovenstaande artikel I.11 en het onderstaande artikel III.2 ter beschikking zijn gesteld uitsluitend te gebruiken ten behoeve van de exploitatie van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd en dergelijke rechten en informatie niet aan derden bekend te maken of het gebruik ervan door entiteiten toe te staan zonder de uitdrukkelijke toestemming van de eigenaar; de in dit artikel vervatte rechten en verplichtingen van toepassing te verklaren op de hoofdaannemers van het lanceersysteem en hun leveranciers voor zover dit vereist is voor de exploitatie van hun respectieve door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen; de van toepassing zijnde nationale regelgeving inzake uitvoercontrole en de procedures van het Agentschap betreffende de bescherming van gegevens die door ESA wordt toegepast en door de lidstaten is goedgekeurd, alsmede de overdracht van technologie naar Staten die geen lid zijn van het Agentschap na te leven; bovengenoemde restricties op te nemen in de overeenkomsten met zijn afnemers en leveranciers;
de Franse Regering alle schadeloosstellingen waartoe deze krachtens het bepaalde in artikel IV, onderdelen a en c, van deze Verklaring verplicht is, te vergoeden tot een maximumbedrag van 60 miljoen euro per lancering, in het geval dat gerechtelijke procedures aanhangig worden gemaakt door personen die schade hebben geleden door een lancering van een Ariane-lanceervoertuig of van een Sojoez-lanceervoertuig die door de leverancier van lanceerdiensten tijdens de exploitatiefase vanaf het CSG is uitgevoerd;
de Franse Regering en ESA alle schadeloosstellingen waartoe deze, naar rato van hun respectieve aandelen in de aansprakelijkheid als bepaald in artikel IV, onderdeel b, van deze Verklaring, verplicht zijn, te vergoeden tot een maximumbedrag van 60 miljoen euro per lancering, in het geval dat gerechtelijke procedures aanhangig worden gemaakt door personen die schade hebben geleden door een lancering van een Vega-lanceervoertuig die door de leverancier van lanceerdiensten tijdens de exploitatiefase vanaf het CSG is uitgevoerd;
zorg te dragen voor het toezicht op en de bewaring van de bedrijfsmiddelen en informatie die hem door de Partijen bij deze Verklaring en door het Agentschap ter beschikking zijn gesteld en de eigenaar of eigenaren schadeloos te stellen voor schade die door hemzelf, zijn werknemers of personen die voor hem werken of door derden hieraan is veroorzaakt;
een passende verzekering af te sluiten of vergelijkbare zekerheid te stellen ter dekking van de aansprakelijkheid zoals vervat in het bovenstaande artikel III.1, onderdelen i, j en k, en de overige aansprakelijkheden en risico’s die samenhangen met het uitvoeren van zijn activiteiten als voorzien in de in artikel III.1 bedoelde overeenkomsten; de voorwaarden van een dergelijke verzekering of zekerheid worden overeengekomen met het Agentschap en met de Franse Regering;
te waarborgen dat:
door de door hem en zijn leveranciers tijdens de exploitatiefase uitgevoerde activiteiten voor Ariane 5 en de huidige Vega de kwalificatiestatus van het lanceersysteem en van de relevante productiemiddelen geen voorwerp van discussie wordt en de technische en financiële verantwoordelijkheid op zich te nemen voor het bedrijfsklaar houden van de hem krachtens de bepalingen van het bovenstaande artikel I.11 en het onderstaande artikel III.2 ter beschikking gestelde bedrijfsmiddelen, in overeenstemming met de met de eigenaren gesloten overeenkomsten.
de door hem en zijn leveranciers tijdens de exploitatiefase uitgevoerde activiteiten voor Ariane 6 en Vega C voldoen aan deze Verklaring ten behoeve van hun exploitatie in overeenstemming met artikel II.1. De technische en financiële verantwoordelijkheid voor het in goede operationele staat houden van de hem krachtens de bepalingen van het bovenstaande artikel I.11 en het onderstaande artikel III.2 ter beschikking gestelde bedrijfsmiddelen wordt toegewezen aan hem of aan de desbetreffende hoofdaannemer van het lanceersysteem.
Met inachtneming van het bovenstaande kan de leverancier van lanceerdiensten, in overeenstemming met de eigenaren, de veranderingen aan de bedrijfsmiddelen die krachtens het bovenstaande artikel I.11 en het onderstaande artikel III.2 ter beschikking zijn gesteld, aanbrengen die hij voor zijn activiteiten nodig acht;
bij te dragen aan de financiering van de kosten die verbonden zijn aan het gebruik van de CSG-lanceerbasis, overeenkomstig de bepalingen van de in de preambule bedoelde Lanceervoertuigresolutie, 2005;
de Directeur-Generaal van het Agentschap de door hem benodigde inzage en controlerechten met betrekking tot de leverancier van lanceerdiensten en zijn leveranciers te verlenen, met name wat betreft de jaarlijkse exploitatiekosten en opbrengsten van elk lanceervoertuig en de ontwikkeling van het bedrijfsplan, zodat hij het mandaat dat hem ingevolge deze Verklaring en het ESA-Verdrag is toegekend kan uitvoeren, en de in het bovenstaande artikel II.4 voorziene informatie en rapporten kan verstrekken;
bij de uitoefening van zijn verantwoordelijkheden bij het op de markt brengen van de lanceervoertuigen, in zijn betrekkingen met derden, afnemers en het publiek, de nadruk te leggen op het Europese en multilaterale karakter van de ontwikkeling en exploitatie van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen, door met name op schriftelijk en audiovisueel materiaal melding te maken van het feit dat de desbetreffende ontwikkelingsprogramma's door het Agentschap zijn uitgevoerd en door de aandacht te vestigen op de rol die de Partijen bij deze Verklaring bij deze ontwikkeling hebben gespeeld;
het Agentschap en de Partijen bij deze Verklaring, met voorrang boven andere afnemers, de voor lancering noodzakelijke diensten en lanceergelegenheden te verlenen op de volgende voorwaarden:
het Agentschap en de Partijen richten hun verzoek om diensten tot de leverancier van lanceerdiensten naargelang hun behoefte, waarbij zij kosteloze opties nemen; in het geval van een conflict inzake voorrang tussen het Agentschap en een Partij geniet het Agentschap voorrang; in het geval van een conflict inzake voorrang tussen de Partijen, genieten de Partijen die deelnemen aan het desbetreffende lanceervoertuigontwikkelingsprogramma van het Agentschap voorrang;
de overeenkomsten tussen het Agentschap en Arianespace bevatten een standaardclausule, die in de verkoopcontracten voor de lanceringen dient te worden opgenomen en die de te volgen procedure omschrijft in geval van het voorbij laten gaan van een geschikte lanceergelegenheid;
elke andere verbintenis aan te gaan die nodig mocht zijn om de taken waarmee hij is belast te implementeren. Geen van de bepalingen van de Verklaring mag worden uitgelegd als een verzoek aan de leverancier van lanceerdiensten om een activiteit te ondernemen die tot aanhoudende financiële verliezen zou leiden.
**2.** De Partijen nemen er nota van dat ESA de leverancier van lanceerdiensten, wanneer nodig ten behoeve van de exploitatie van de lanceervoertuigen, het volgende ter beschikking stelt:
kosteloos, de technische productiespecificaties voortvloeiend uit de ontwikkelingsprogramma’s van elk van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen, als basis voor het uitvoeren van de desbetreffende exploitatiefase;
kosteloos, de voorzieningen, de uitrusting en de gereedschappen die in het kader van de ontwikkelingsprogramma’s van elk van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en van het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd, zijn verkregen, en waarvan het Agentschap de eigenaar is. Deze bedrijfsmiddelen mogen, in overeenstemming met de leverancier van lanceerdiensten, tevens beschikbaar worden gesteld aan diens leveranciers;
kosteloos, de hem toekomende rechten ter zake van de intellectuele eigendom, voortvloeiend uit de ontwikkelingsprogramma’s van elk van de door ESA ontwikkelde lanceervoertuigen en uit het programma voor het Sojoez-lanceervoertuig dat vanaf CSG wordt geëxploiteerd; de leverancier van lanceerdiensten heeft kosteloos toegang tot de technische gegevens waarover het Agentschap beschikt en die voortvloeien uit de genoemde programma’s.
**3.** De leverancier van lanceerdiensten en het Agentschap onderhouden een actieve dialoog teneinde te controleren of de doelstellingen van de ontwikkelingsprogramma’s voor lanceervoertuigen die in het kader van het Agentschap worden uitgevoerd, rekening houden met voorzienbare ontwikkelingen op de markt voor lanceerdiensten.
Artikel III
DOOR DE LEVERANCIER VAN LANCEERDIENSTEN OP ZICH TE NEMEN VERPLICHTINGEN EN DAARMEE VERBAND HOUDENDE VERPLICHTINGEN VAN DE HOOFDAANNEMERS VAN HET LANCEERSYSTEEM
Onderdeel van Verklaring van bepaalde Europese Regeringen inzake de exploitatiefase van de lanceervoertuigen Ariane, Vega en Sojoez vanaf het Ruimtecentrum in Guyana· Onderwijsrecht