Naar hoofdinhoud

Artikel IV

AANSPRAKELIJKHEID VOOR SCHADE VEROORZAAKT DOOR EEN LANCERING

Onderdeel van Verklaring van bepaalde Europese Regeringen inzake de exploitatiefase van de lanceervoertuigen Ariane, Vega en Sojoez vanaf het Ruimtecentrum in Guyana· Onderwijsrecht

Met inachtneming van de verplichtingen van de leverancier van lanceerdiensten als voorzien in het bovenstaande artikel III: komen de Partijen bij deze Verklaring overeen dat in het geval dat gerechtelijke procedures aanhangig worden gemaakt door personen die schade hebben geleden door een lancering van een Ariane-lanceervoertuig die door de leverancier van lanceerdiensten tijdens de exploitatiefase vanaf het CSG is uitgevoerd, de Franse Regering verantwoordelijk is voor de betaling van de eventueel toegekende schadeloosstelling; nemen de Partijen bij deze Verklaring nota van de aansprakelijkheidsbeginselen vervat in de Lanceervoertuigresolutie, 2005, ter zake van alle door het Agentschap ontwikkelde lanceervoertuigen niet zijnde de Ariane, en komen zij overeen dat in het geval dat gerechtelijke procedures aanhangig worden gemaakt door personen die schade hebben geleden door een lancering van een Vega-lanceervoertuig die door de leverancier van lanceerdiensten tijdens de exploitatiefase vanaf het CSG is uitgevoerd, de Franse Regering verantwoordelijk is voor de betaling van een derde van de eventueel toegekende schadeloosstelling en het Agentschap verantwoordelijk is voor de resterende twee derden; ten behoeve van een dergelijk lanceervoertuig sluiten de lidstaten van het Agentschap die deelnemen aan de desbetreffende ontwikkelingsprogramma’s van het Agentschap de overeenkomstige exploitatieovereenkomst, zoals bedoeld in de preambule, waarin het delen van de aansprakelijkheid van het Agentschap wordt geregeld in overeenstemming met de Lanceervoertuigresolutie, 2005; het is wel te verstaan dat geen enkele andere lidstaat van het Agentschap gehouden is enig deel van deze twee derden te betalen; komen de Partijen bij deze Verklaring overeen dat in het geval dat gerechtelijke procedures aanhangig worden gemaakt door personen die schade hebben geleden door een lancering van een Sojoez-lanceervoertuig die door de leverancier van lanceerdiensten tijdens de exploitatiefase vanaf het CSG is uitgevoerd, de Franse Regering ten opzichte van ESA en de Partijen bij deze Verklaring verantwoordelijk is voor de betaling van de eventueel toegekende schadeloosstelling; nemen de Partijen bij deze Verklaring nota van de in de preambule bedoelde wettelijke aansprakelijkheid van het Agentschap en komen zij overeen dat de onderdelen a, b en c van artikel IV niet van toepassing zijn in gevallen waarin het Agentschap de afnemer van de leverancier van lanceerdiensten is en wordt vastgesteld dat de schade veroorzaakt werd door een satelliet van het Agentschap; komen de Partijen bij deze Overeenkomst overeen dat de verantwoordelijkheden van de Franse Regering ingevolge onderdelen a, b en c van artikel IV niet van toepassing zijn indien de schade is veroorzaakt door het opzettelijk handelen of nalaten van het Agentschap, zijn werknemers of zijn lidstaten (uitgezonderd de Franse Staat en de publiekrechtelijke lichamen die onder zijn gezag vallen), en dat de verantwoordelijkheden van het Agentschap ingevolge onderdeel b van dit artikel niet van toepassing zijn indien de schade is veroorzaakt door het opzettelijk handelen of nalaten van de Franse Staat of de publiekrechtelijke lichamen die onder zijn gezag vallen.

Rechtspraak bij dit artikel