**1.** Elke verdragsluitende partij heeft het recht, door middel van een schriftelijke kennisgeving langs diplomatieke weg aan de andere verdragsluitende partij, een luchtvaartmaatschappij of meerdere luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor het verrichten van de overeengekomen diensten op de omschreven routes en een eerder aangewezen luchtvaartmaatschappij te vervangen door een andere luchtvaartmaatschappij.
**2.** Na ontvangst van een dergelijke aanwijzing verleent de andere verdragsluitende partij onverwijld, met inachtneming van de bepalingen van het derde en vierde lid van dit artikel, de noodzakelijke exploitatievergunningen aan de aangewezen luchtvaartmaatschappijen, mits:
in het geval van een luchtvaartmaatschappij aangewezen door Nederland :
de luchtvaartmaatschappij op het grondgebied van Nederland gevestigd is overeenkomstig de verdragen van de Europese Unie en beschikt over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming met het recht van de Europese Unie; en
de lidstaat van de Europese Unie die verantwoordelijk is voor de afgifte van het bewijs luchtvaartexploitant daadwerkelijk controleert of de luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft en de desbetreffende luchtvaartautoriteit duidelijk wordt vermeld in de aanwijzing; en
de luchtvaartmaatschappij rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van en daadwerkelijk onder toezicht staat van lidstaten van de Europese Unie of de Europese Vrijhandelsassociatie en/of van onderdanen van dergelijke staten;
in het geval van een luchtvaartmaatschappij aangewezen door Benin :
de luchtvaartmaatschappij op het grondgebied van de Republiek Benin gevestigd is en beschikt over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming de WAEMU-verdragen en WAEMU-wetgeving; en
de lidstaat van de WAEMU die verantwoordelijk is voor de afgifte van het bewijs luchtvaartexploitant daadwerkelijk controleert of de luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft en de desbetreffende luchtvaartautoriteit duidelijk wordt vermeld in de aanwijzing; en
de luchtvaartmaatschappij rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom is van en daadwerkelijk onder toezicht staat van lidstaten van de WAEMU en/of van onderdanen van lidstaten van de WAEMU of van andere Afrikaanse staten en/of onderdanen van dergelijke andere Afrikaanse staten;
en dat:
de verdragsluitende partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst de in artikel 7 (Eerlijke concurrentie), artikel 12 (Veiligheid van de luchtvaart) en artikel 13 (Beveiliging van de luchtvaart) van dit Verdrag vervatte normen naleeft; en
de aangewezen luchtvaartmaatschappij in staat is of de aangewezen luchtvaartmaatschappijen in staat zijn te voldoen aan de in de wet- en regelgeving gestelde voorwaarden die de verdragsluitende partij die de aanvraag of aanvragen behandelt gewoonlijk toepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten.
**3.** De luchtvaartautoriteit van de ene verdragsluitende partij kan van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere verdragsluitende partij verlangen te bewijzen dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden uit hoofde van de wet- en regelgeving die door deze autoriteit gewoonlijk en redelijkerwijze worden toegepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag van Chicago.
**4.** Na ontvangst van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning, kan de aangewezen luchtvaartmaatschappij op elk moment, geheel of ten dele, een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten, mits zij de bepalingen van dit Verdrag naleeft.
Artikel 3
Aanwijzing en verlening van vergunningen
Onderdeel van Verdrag inzake luchtdiensten tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Benin· Arbitrage