**1.** Elke verdragsluitende partij heeft het recht een exploitatievergunning van een door de andere verdragsluitende partij aangewezen luchtvaartmaatschappij te weigeren, in te trekken, te schorsen of te beperken of daaraan de voorwaarden te verbinden die zij noodzakelijk acht, in de volgende gevallen:
in het geval van een luchtvaartmaatschappij aangewezen door Nederland :
de luchtvaartmaatschappij is niet gevestigd op het grondgebied van Nederland overeenkomstig de verdragen van de Europese Unie of beschikt niet over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming met het recht van de Europese Unie; of
de lidstaat van de Europese Unie die verantwoordelijk is voor de afgifte van het bewijs luchtvaartexploitant controleert niet daadwerkelijk of de luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft of de luchtvaartautoriteit wordt niet duidelijk vermeld in de aanwijzing; of
de luchtvaartmaatschappij is niet rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom van of staat niet daadwerkelijk onder toezicht van lidstaten van de Europese Unie of de Europese Vrijhandelsassociatie en/of van onderdanen van dergelijke staten;
in het geval van een luchtvaartmaatschappij aangewezen door Benin :
de luchtvaartmaatschappij is niet gevestigd op het grondgebied van de Republiek Benin of beschikt niet over een geldige exploitatievergunning in overeenstemming de WAEMU-verdragen en WAEMU-wetgeving; of
de lidstaat van de WAEMU die verantwoordelijk is voor de afgifte van het bewijs luchtvaartexploitant controleert niet daadwerkelijk of de luchtvaartmaatschappij de regelgeving naleeft of de desbetreffende luchtvaartautoriteit wordt niet duidelijk vermeld in de aanwijzing; of
de luchtvaartmaatschappij is niet rechtstreeks of via een meerderheidsbelang eigendom van of staat niet daadwerkelijk onder toezicht van lidstaten van de WAEMU en/of van onderdanen van lidstaten van de WAEMU of van andere Afrikaanse staten en/of onderdanen van dergelijke andere Afrikaanse staten;
de luchtvaartmaatschappij leeft de bepalingen vervat in dit Verdrag, met name in artikel 7 (Eerlijke concurrentie), artikel 12 (Veiligheid van de luchtvaart) en artikel 13 (Beveiliging van de luchtvaart) van dit Verdrag niet na; of
de luchtvaartmaatschappij leeft de wet- of regelgeving bedoeld in artikel 6 (Toepassing van wetten, regelgeving en procedures) van dit Verdrag niet na; of
een dergelijke luchtvaartmaatschappij laat na ten genoegen van de luchtvaartautoriteiten van de verdragsluitende partij, die de vergunning beoordelen, aan te tonen dat zij voldoet aan de door die autoriteiten gewoonlijk en redelijkerwijze in overeenstemming met het Verdrag van Chicago op de exploitatie van internationale luchtdiensten toegepaste wetten en regelgeving; of
de luchtvaartmaatschappij laat na de exploitatie uit te voeren in overeenstemming met de ingevolge dit Verdrag gestelde voorwaarden.
**2.** Tenzij onmiddellijk ingrijpen van wezenlijk belang is ter voorkoming van verdere inbreuken op de voorwaarden als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, worden de bij dit artikel vastgestelde rechten slechts uitgeoefend na overleg met de andere verdragsluitende partij. Tenzij anders overeengekomen door de verdragsluitende partijen, vangt dergelijk overleg aan binnen een termijn van zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek.
**3.** Dit artikel doet geen afbreuk aan de rechten van de verdragsluitende partijen de exploitatievergunning van een luchtvaartmaatschappij of meerdere luchtvaartmaatschappijen van de andere verdragsluitende partij in overeenstemming met artikel 13 (Beveiliging van de luchtvaart) van dit Verdrag te weigeren, in te trekken, te beperken of hieraan voorwaarden te verbinden.
Artikel 4
Intrekking of schorsing van exploitatievergunning
Onderdeel van Verdrag inzake luchtdiensten tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Benin· Arbitrage