Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.04

Woonkostentoeslag boven de huurtoeslag woningeigenaar

Onderdeel van beleidsregel bijzondere bijstand

Als een woning in eigendom wordt bewoond, waarvan de woonkosten hoger zijn dan het van toepassing zijnde bedrag vermeld in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag, wordt voor maximaal een jaar een toeslag verleend (zie berekening onder 4.03). De klant kan in zo'n geval in aanmerking komen voor woonkostentoeslag in de vorm van een renteloze lening. Is er sprake van een krediethypotheek dan wordt de woonkostentoeslag daarin meegenomen. Aan de verlening van de bijzondere bijstand wordt de verplichting verbonden, dat de belanghebbende alles in het werk stelt om goedkopere woonruimte te verkrijgen, die het bestovereenstemt met de eigen financiële omstandigheden en mogelijkheden. Heeft de eigenaar zijn woning niet binnen het jaar kunnen verkopen én heeft hij er alles aan gedaan om het huis te verkopen en andere woonruimte te zoeken, dan kan de woonkostentoeslag worden voortgezet.  Het is niet de bedoeling om de klant te bewegen op korte termijn de woning met verlies (ruim onder de waarde) te verkopen. Zodra de woning is verkocht, moet de lening worden afgelost. De overwaarde in de woning kan worden gebruikt om de bijstand terug te betalen. Een gedeelte van de overwaarde, het bedrag zoals genoemd in art. 34 lid 2 sub d WWB, wordt vrijgelaten

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel