Op grond van artikel 12 WWB hebben personen van 18, 19 of 20 jaar slechts recht op bijzondere bijstand voorzover de noodzakelijke kosten van het bestaan uitgaan boven de toepasselijke bijstandsnorm en voor deze kosten geen beroep kan worden gedaan op de ouders, omdat:
a. de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn OF
b. redelijkerwijs de onderhoudsplicht van de ouders niet te gelde kan worden gemaakt.
Er wordt verder van uitgegaan dat ouders een onderhoudsplicht hebben ten opzichte van het kind en dus garant staan voor noodzakelijke kosten die niet door de bijstand worden gedekt.
Als zelfstandige huisvesting voor jongeren van 18,19 of 20 jaar noodzakelijk is en als aannemelijk wordt gemaakt dat de ouders niet aan de onderhoudsplicht kunnen of hoeven te voldoen, is bijzondere bijstand mogelijk als aanvulling op de bijstandsnorm. Voor de hoogte van de toeslag bijzondere bijstand is aangesloten bij de systematiek van de Toeslagenverordening WIJ, er wordt bijzondere bijstand verleend voor:
- een alleenstaande van 18,19 of 20 jaar tot de norm voor een alleenstaande als bedoeld in artikel 26 sub b van de WIJ vermeerderd met de toeslag voor een 21 jarige als bedoeld in
artikel 30 WIJ jo artikel 4 Toeslagenverordening WIJ;
- een alleenstaande ouder van 18,19 of 20 jaar tot de norm voor een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 27 WIJ vermeerderd met de toeslag voor een 21 jarige als bedoeld in artikel 30 WIJ jo artikel 4 Toeslagenverordening WIJ en
- gehuwden waarvan één van beide of allebei 18,19 of 20 jaar zijn jaar tot de bijstandsnorm
voor gehuwden als bedoeld in artikel 28 WIJ eventueel verminderd met een verlaging als bedoeld in artikel 31 WIJ jo artikel 6 Toeslagenverordening WIJ.
Bij het verstrekken van bijzondere bijstand voor levensonderhoud voor jongeren van 18,19 of 20
jaar wordt in alle gevallen onderzocht of de onderhoudsplicht van de ouders kan worden
geëffectueerd.