Lid 1
Het functioneren wordt getoetst aan de voor de functie benodigde kennis en kwaliteiten op grond van de door burgemeester en wethouders vastgestelde uitgangspunten, te weten:
de functie-eisen;
de resultaatgebieden van de functie: de output die van het onderdeel / de medewerker wordt gevraagd;
de voor iedere medewerker geldende kerncompetenties;
de aan de functie of functiefamilies toegekende rolcompetenties en de eventueel toegekende leidinggevende competenties.
Lid 2
In het ontwikkelingsgesprek wordt tenminste vastgelegd:
in hoeverre de afspraken met betrekking tot het functioneren, die in de afgelopen periode waren gemaakt, zijn gerealiseerd;
de ontwikkeling (of verbetering) van het functioneren van de medewerker in de huidige functie;
welke resultaatgerichte werkafspraken en afspraken met betrekking tot toekomstig functioneren (het tijdvak kan variëren afhankelijk van diverse omstandigheden) zijn gemaakt en eventueel onder welke condities (bijvoorbeeld opleiding of aanpassing van de taakinhoud);
Lid 3
De direct leidinggevende kan met toestemming van de afdelingsmanager respectievelijk de directeur Service Centrum het houden van ontwikkelingsgesprekken mandateren aan de coördinator van de betreffende medewerkers. In dat geval functioneert de coördinator in het kader van deze regeling als direct leidinggevende.
Hoofdstuk
Artikel 5
Uitgangspunten ontwikkelingsgesprek
Onderdeel van Regeling ontwikkelingsgesprekken 2007/2