**1..** Pensioen wordt verleend:
aan den ambtenaar, die eervol ontslagen is na het bereiken van den leeftijd:
van 65 jaren, indien hij op het tijdstip van ontslag eene of meer der betrekkingen bekleedde, welke voorkomen op den staat A, genoemd in artikel 4;
van 60 jaren, indien hij op het tijdstip van ontslag eene of meer der betrekkingen bekleedde, welke voorkomen op den staat B, genoemd in artikel 4;
aan den ambtenaar, die na een onafgebroken diensttijd van ten minste tien jaren ten gevolge van ziels- of lichaamsgebreken ongeschikt is geworden voor de waarneming van zijn ambt en dientengevolge eervol ontslag heeft bekomen;
aan den ambtenaar, die eervol ontslag heeft verkregen, omdat hij de uitoefening van zijn ambt wonden of gebreken heeft bekomen, welke hem naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders ongeschikt maken voor de waarneming van zijn ambt, en die als uitsluitend gevolg van de hem opgedragen werkzaamheden te beschouwen zijn. Dit pensioen wordt echter alleen dan verleend, indien binnen twee jaren na den dag, waarop de belanghebbende deze wonden of gebreken heeft bekomen, zulks door een geneeskundig onderzoek ten genoegen van Burgemeester en Wethouders is vastge-steld en bij de aanvraag om pensioen eveneens door zoodanig geneeskundig onderzoek worden vastgelegd, dat de ongeschiktheid tot arbeiden een gevolg is van diezelfde wonden of gebreken.
**2..** In afwijking van het bepaalde bij artikel 4, 2e lid, wordt pensioen verleend aan den tijdelijken ambtenaar, die komt te verkeeren in het geval, genoemd in het 1e lid sub 3, ongeacht zijn diensttijd.
§ 2.
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Verordening op het verleenen van pensioen aan ambtenaren der gemeente en aan hunne weduwen en weezen