1.. Het gezamenlijk bedrag aan weduwen- en wezenpensioen of aan wezenpensioen gaat het tweevoud van het weduwenpensioen, dat wordt of zou zijn genoten, niet te boven.

2.. Indien in verband met het bepaalde in het eerste lid de pensioenen een vermindering moeten ondergaan, geschiedt deze in evenredigheid van de bedragen dier pensioenen.