1.. Het pensioen bedraagt:

  • - voor elk kind, welks moeder aan het overlijden van de vader aanspraak op pensioen ontleent, 1/5 van het bedrag van dat weduwenpensioen;
  • - voor elk ander kind 2/5 van het bedrag, dat als weduwenpensioen zou zijn genoten.

2.. Het wezenpensioen wordt ambtshalve gebracht van 1/5 op 2/5 van het bedrag, waarvan het is afgeleid, als het weduwenpensioen van de moeder is geëindigd.