De vergunning kan, met inachtneming van het bepaalde in de
artikelen 2.32 en 5.19 Wabo, door het bevoegd gezag worden
ingetrokken als blijkt dat:
de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige
opgave is verleend;
de vergunninghouder de voorwaarden als bedoeld in artikel 17
lid 7 niet naleeft;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het beschermde
gemeentelijk monument zwaarder dient te wegen;
niet binnen 52 weken van de vergunning gebruik wordt
gemaakt.
Van de beschikking tot intrekking wordt een kopie aan de
welstand- en erfgoedcommissie gezonden.
HOOFDSTUK 3
Artikel 19
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Archeologieverordening Gemeente Geldrop-Mierlo 2009