Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 18

Ter inzage legging, zienswijzen, termijnen advies en vergunningverlening

Onderdeel van Archeologieverordening Gemeente Geldrop-Mierlo 2009

Op de voorbereiding van een besluit op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 17 is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat het bevoegd gezag het ontwerp van het besluit ter inzage legt. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. Na de ter inzage legging wordt de vergunningaanvraag aan de welstand- en erfgoedcommissie gezonden, vergezeld van de ingekomen zienswijzen. De welstand- en erfgoedcommissie brengt binnen 8 weken na de adviesaanvraag schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag en betrekt de beschrijving van het monument als bedoeld in artikel 10, lid 2 bij haar advies. Eveneens zal waar nodig worden geraadpleegd: het vigerende bestemmingsplan; de archeologische beleidskaart; het (eventueel) van toepassing zijnde beeldkwaliteitplan; de (eventueel) van toepassing zijnde welstandscriteria; de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant; ander noodzakelijk materiaal dat van belang is voor een adequate advisering. Indien een bouwhistorisch en/of archeologisch vooronderzoek noodzakelijk wordt geacht, kan de termijn van advisering door de welstand- en erfgoedcommissie met ten hoogste zes weken worden verlengd. Bij overschrijding van de in lid 2 en lid 3 genoemde termijnen wordt de welstand- en erfgoedcommissie geacht te hebben geadviseerd. Het bevoegd gezag neemt het definitieve besluit binnen vier weken na het einde van de inzagetermijn (Awb art. 3:18.4). De vergunning kan voor een bepaalde tijd worden verleend. Het bevoegd gezag zendt een afschrift van de monumentenvergunning aan de welstand- en erfgoedcommissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel