Op de voorbereiding van een besluit op een aanvraag om vergunning
als bedoeld in artikel 17 is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing,
met dien verstande dat het bevoegd gezag het ontwerp van het besluit
ter inzage legt. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door
een ieder.
Na de ter inzage legging wordt de vergunningaanvraag aan de
welstand- en erfgoedcommissie gezonden, vergezeld van de
ingekomen zienswijzen. De welstand- en erfgoedcommissie
brengt binnen 8 weken na de adviesaanvraag schriftelijk
advies uit aan het bevoegd gezag en betrekt de beschrijving
van het monument als bedoeld in artikel 10, lid 2 bij haar
advies. Eveneens zal waar nodig worden geraadpleegd:
het vigerende bestemmingsplan;
de archeologische beleidskaart;
het (eventueel) van toepassing zijnde beeldkwaliteitplan;
de (eventueel) van toepassing zijnde welstandscriteria;
de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie
Noord-Brabant;
ander noodzakelijk materiaal dat van belang is voor een
adequate advisering.
Indien een bouwhistorisch en/of archeologisch vooronderzoek
noodzakelijk wordt geacht, kan de termijn van advisering
door de welstand- en erfgoedcommissie met ten hoogste zes
weken worden verlengd.
Bij overschrijding van de in lid 2 en lid 3 genoemde
termijnen wordt de welstand- en erfgoedcommissie geacht te
hebben geadviseerd.
Het bevoegd gezag neemt het definitieve besluit binnen vier
weken na het einde van de inzagetermijn (Awb art.
3:18.4).
De vergunning kan voor een bepaalde tijd worden
verleend.
Het bevoegd gezag zendt een afschrift van de
monumentenvergunning aan de welstand- en
erfgoedcommissie.
HOOFDSTUK 3
Artikel 18
Ter inzage legging, zienswijzen, termijnen advies en vergunningverlening
Onderdeel van Archeologieverordening Gemeente Geldrop-Mierlo 2009