Naar hoofdinhoud
1.. De pensioenen, toegekend aan weduwen en wezen van wethouders, gewezen wethouders en gepensioneerde wethouders worden, voor zover het recht op pensioen niet is vervallen of geëindigd, met ingang van het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening herberekend overeenkomstig artikel 22, onderscheidenlijk artikel 25, met inachtneming van artikel 27, indien dit voor de belanghebbende voordeliger is. Bij de herberekening worden onder een uitkering als bedoeld in artikel 6 mede begrepen uitkeringen, toegekend krachtens de Uitkerings- en pensioenverordening wethouders 1956. 2.. Het bepaalde in artikel 40 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers is ten aanzien van toegekende of toe te kennen pensioenen aan weduwen en wezen van wethouders, gewezen wethouders of gepensioneerde wethouders, die zijn afgetreden, onderscheidenlijk zijn overleden, vóór 1 januari 1964, van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel