Naar hoofdinhoud
1.. Voor de toepassing van deze verordening wordt de overgangstoeslag, toegekend overeenkomstig artikel 4 van de derde afdeling van de Pensioenmaatregelen 1963 (Stb. 210), geacht krachtens deze verordening te zijn toegekend. 2.. Met ingang van de dag, waarop voor belanghebbende na de dag, voorafgaand aan die van de inwerkingtreding van de in het eerste lid bedoelde toeslag recht op een lager bedrag aan algemeen pensioen, als bedoeld in artikel 34 ontstaat, of het recht op evenbedoeld algemeen pensioen vervalt, dan wel recht op een hoger pensioen, anders dan ingevolge artikel 5, ontstaat, vervalt de overgangstoeslag als bedoeld in het eerste lid of wordt deze op zodanig lager bedrag vastgesteld, alsof de omstandigheid, die tot wijziging leidde, reeds op laatstbedoelde dag aanwezig was geweest. 3.. Het pensioen en de daarbij behorende overgangstoeslag worden als een eenheid beschouwd, waarop de op het pensioen betrekking hebbende bepalingen van overeenkomstige toepassing zijn, met uitzondering van artikel 5 en hoofdstuk VII.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel