Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4

Artikel 3.4.1

Vroege Middeleeuwen

Onderdeel van Nota archeologiebeleid

Ongeveer 1000 jaar geleden komt de voorloper van het IJsselmeer in verbinding te staan met de Noordzee. Hierdoor ontstond een binnenzee, de Zuiderzee, die bij stormen regelmatig ook het veengebied van Eemnes overstroomde. Hierdoor werd een laag klei afgezet. Ook vanuit de rivier de Eem wordt klei afgezet op het laag gelegen veengebied. Inklinking van de grond door ontginning en de latere overstromingen zorgden ervoor dat de mensen die woonden op de oeverwallen van de Eem moesten verhuizen naar hoger gelegen plaatsen. Als gevolg hiervan begon men dijken langs de Eem aan te leggen in een poging om de weidegebieden en het hooiland te beschermen tegen overstromingen. De lage dijken waren niet altijd een afdoende bescherming tegen het water getuige de vele wielen langs de Zomerdijk. Hierdoor werd tot aan het dorp telkens opnieuw klei afgezet op het veen. Ten westen van het dorp Eemnes verdween de dunne laag veen die op het dekzand voorkwam door afgraving en oxidatie. Hierdoor kwamen archeologische waarden uit eerdere perioden dichter aan het oppervlak te liggen. Verder ten westen bleef de situatie relatief stabiel. De grind- en kleiafzettingen van de stuwwal waren in het verleden belangrijke grondstoffen waardoor op verschillende plaatsen in de stuwwal kleine en grote groeves voorkomen. Vooral langs de zuidwest-rand van de stuwwal in Laren komen groeves voor, maar ook op de Blaricummerheide is een grote groeve geweest. Vanaf de Middeleeuwen wordt de ontwikkeling van de bewoning in het gebied duidelijker. In de periode van de Vroege Middeleeuwen lijken de nederzettingen Blaricum en Laren te ontstaan. Vanuit etymologisch perspectief duidt de naam Blaricum op een ontstaan in de periode tussen de 5e/6e en 9e eeuw. Op een soortgelijke wijze kan het ontstaan van Laren bij het Sint Janskerkhof eveneens in deze periode worden geplaatst. De oorspronkelijke naam is waarschijnlijk Laer, wat “open plek” betekent. De bakermat van het dorp Laren is het nog bestaande bouwland (De ‘Eng’) ten oosten van het tegenwoordige Sint Janskerkhof, waar zich mogelijk in de 5e eeuw boeren vestigden. Gelet op de grote overeenkomst in nederzettingsstructuur is het aannemelijk dat Blaricum en Laren in dezelfde periode zijn ontstaan, waarschijnlijk vanuit een klein cluster hoeven. Deze nederzettingen liggen bovendien beide op en boven circa 5 m. NAP, op de overgang van stuwwal naar middelhoge dekzanden. Verondersteld wordt dat dit ook de overgang vormde tussen bouwland en intensief benut weidegebied. Dergelijke overgangszones zijn in geheel Nederland bekend vanwege de situering van vroegmiddeleeuwse nederzettingen (Harten 1976; Berendsen 1997; Bakker en Ypey 1964; Wimmers et al 1993). Vondstmateriaal uit deze periode is schaars. Op de Aardjesberg zijn aardewerkscherven uit de 7e-8e eeuw aangetroffen die kunnen duiden op een nederzetting daar. Ook rond het Sint Janskerkhof vermoeden sommigen de aanwezigheid van een vroeg middeleeuwse nederzetting. Eind 11e eeuw werd hier vermoedelijk een kerk gesticht - op die van Naarden na de oudste van het Gooi - voor de omliggende dorpen.

Rechtspraak bij dit artikel