Uitgangspuntennotitie
“Herijken beleidsnota / formuleren visie en missie gemeenschapshuizen”
Aanleiding.
De huidige beleidsnota gemeenschapshuizen is 10 jaar oud en is qua beleid en subsidiesystematiek gebaseerd op de situatie in de jaren daarvoor. We beschikken inmiddels over 10 jaar ervaring met de huidige subsidiegrondslagen. Sinds 2001 is het aanbod ( capaciteit en vormgeving ) van gemeenschapshuizen met name in de kleine kernen ingrijpend gewijzigd. Bovendien hebben zich de afgelopen jaren diverse ontwikkelingen voorgedaan, die hebben bijgedragen aan de veranderde positie van het gemeenschapshuis in de lokale gemeenschap. Ook de komende jaren zijn nog een aantal ontwikkelingen voorzien die van invloed zijn op het functioneren van het gemeenschapshuis. Voldoende aanleiding het bestaande beleid te herijken en op grond van het voorstaande een geactualiseerde missie en visie voor de gemeenschapshuizen te formuleren.
Inleiding.
Het behoud en zo mogelijk verbeteren van de leefbaarheid in elke afzonderlijke kern van de gemeente Bladel blijft één van de belangrijkste speerpunten van het gemeentelijk beleid.
Belangrijke voorwaarde hierbij is dat alle kernen zo veel als mogelijk beschikken over adequate basis- en zorgvoorzieningen. Een gemeenschapshuis wordt als een dergelijke basisvoorziening aangemerkt.
De huidige “beleidsnota gemeenschapshuizen” is 1 januari 2001 van kracht geworden.
Onze visie op de positie / rol van de gemeenschapshuizen in de lokale gemeenschap van de afzonderlijke kernen in de onze gemeente, is sindsdien ingrijpend gewijzigd.
Dankzij de als “majeure projecten” betitelde ver- en nieuwbouw van de gemeenschapshuizen in Netersel, Casteren en Hoogeloon beschikken (ook) deze kleine kernen ondertussen over een op de schaal van die kern aangepast multifunctioneel gemeenschapshuis, dat letterlijk en figuurlijk het hart van de lokale gemeenschap vormt, waar het overgrote deel van de lokale sociaal / maatschappelijke, culturele (en sportieve) activiteiten en ontmoetingen plaatsvinden.
Daarnaast staan, met betrekking tot de gemeenschapshuizen in Hapert en Bladel, de komende jaren nog allerlei ( ingrijpende ) ontwikkelingen op de rol.
Het primaire doel van de gemeenschapshuizen om onderdak te bieden aan verenigingsactiviteiten en sociaal / maatschappelijke ontmoetingen, is door het streven naar het steeds verder vormgeven van het multifunctionele karakter van deze accommodaties, stevig verbreed.
De invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en de gewijzigde verhoudingen ten opzichte van zorg- en welzijnsinstellingen zijn voorbeelden van ontwikkelingen die de rol / functie van het gemeenschapshuis hebben doen veranderen.
De op instandhouding van de aanvankelijke doelstelling gebaseerde subsidiegrondslagen dienen als gevolg van deze ontwikkelingen te worden aangepast aan de nieuwe bredere functie.
Bovendien beschikken we ondertussen over 10 jaar ervaring met deze subsidiegrondslagen.
Ook daarin ligt voldoende aanleiding beleid en subsidiegrondslagen te herijken.
In het coalitieakkoord wordt gezien de geformuleerde speerpunten van beleid, groot belang gehecht aan de instandhouding en het zo mogelijk uitbreiden van de functie van de lokale gemeenschapshuizen.
De rol van gemeenschapshuis Den Tref te Hapert na de metamorfose van de Alexanderhof alsmede de keuzenotitie over de toekomst van Den Herd te Bladel zal worden getoetst / gebaseerd op de uitkomsten van de herijking van de beleidsnota. Dit betekent dat deze activiteiten pas zullen worden opgestart, direct nadat door uw raad de nieuw te formuleren visie en missie voor onze gemeenschapshuizen, als toekomstig beleidskader is vastgesteld.
Maatregelen die noodzakelijk zijn om de nieuwe bredere functie van de gemeenschapshuizen naar de toekomst toe te garanderen, kunnen getuige de uitkomsten van de raadpleging van de bevolking in het kader van de “Toekomstvisie 2030”, rekenen op een breed draagvlak onder de inwoners van elke afzonderlijke kern van de gemeente Bladel.
Ontwikkelingen.
- - Algemeen
- - Welzijnsbeleid / Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO):
In het welzijnsbeleid gaat het om de vraag of de burgers zich welbevinden in het wonen, werken en verblijven in de gemeente. Of burgers zich prettig voelen in hun buurt of dorp heeft allereerst te maken met goede woningen, voldoende werk en goede infrastructurele voorzieningen. Maar naast deze ‘harde’ condities spelen ook andere omstandigheden een rol, zoals veiligheid op straat en de voorzieningen waarvan kan worden genoten. Leefbaarheid en vermaatschappelijking van de zorg staan centraal in het welzijnsbeleid.
Sinds 1 januari 2007 is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) van kracht. De overheid wil bevorderen, dat mensen zo lang mogelijk in eigen buurt of dorp kunnen blijven wonen. De zelfredzaamheid staat in deze wet voorop. Er wordt dus meer verwacht van het eigen initiatief van de burger. Daarnaast moeten mensen die kwetsbaar zijn meer zorg en ondersteuning krijgen van andere burgers, zodat deze mee kunnen doen aan de samenleving. ‘Meedoen’ is kort samengevat hét maatschappelijk doel van de Wmo.
In het gemeentelijk welzijnsbeleid spelen elementen als ontmoeting en deelname aan activiteiten dus een belangrijke rol. Door actief deel te nemen aan ontspannende, creatieve, culturele of sportieve activiteiten ontmoeten mensen elkaar en ontstaan sociale verbanden. Daarmee wordt mede voorkomen dat mensen in een isolement raken. Dergelijke activiteiten vinden plaats in welzijnsaccommodaties als gemeenschapshuizen. Als zodanig spelen de gemeenschapshuizen dus een belangrijke rol in het welzijnsbeleid.
- - Nieuwe partijen / nieuwe verhoudingen:
Woningcoöperaties zijn vanuit hun maatschappelijke betrokkenheid regelmatig bereid te participeren in de totstandkoming van voorzieningen gericht op de verbetering van de leefbaarheid. De leefbaarheid van een gemeenschap bepaalt het woongenot. Zorginstellingen zijn bereid constructief mee te denken over het lokaal vormgeven van de lokaal gewenste / vereiste zorg. Welzijnsinstellingen leggen een grotere druk op professionalisering en efficiency. Ook de dorpraden ( als vertegenwoordiging van de lokale gemeenschap ) geven steeds nadrukkelijker mede sturing aan de invulling van de functie(s) van het lokale gemeenschapshuis.
De traditionele verhouding – vrijwilligersbestuur, subsidie van de gemeente en verhuur van ruimten aan verenigingen – verdwijnt en van gemeenschapshuizen wordt verwacht dat ze nieuwe maatschappelijke rollen en functies gaan vervullen ( naast ontmoeting en ontspanning, ook activiteiten ter bevordering van de sociale cohesie zoals opvang, zorg en ontplooiing ). Ook in de kleine kernen worden / zijn de van oudsher als “huiskamergemeenschapshuizen” aan te duiden voorzieningen, omgevormd tot multifunctionele accommodaties, waar niet alleen ruimte wordt geboden voor ontmoeting en ontspanning maar ook activiteiten worden opgezet voor opvang, zorg, zakelijke en maatschappelijke dienstverlening.
- - Behoud leefbaarheid.
Kleine kernen kampen in de regel met sterk teruggelopen economische activiteiten. Vanwege ontoereikend marktperspectief, onvoldoende perspectief voor werk en ondernemerschap en de hoge kosten van een zelfstandige vestiging, verdwenen de afgelopen jaren de middenstand en allerlei algemene voorzieningen uit het dorpsgezicht van veel kleine kernen. Om verdere verschraling van de leefbaarheid, via het wegtrekken van jongeren en hulp-/zorgbehoevende ouderen, een halt toe te roepen en activiteiten en voorzieningen voor de kleine kernen te kunnen behouden, is een centrale ontmoetingsplek in de kern enorm belangrijk.
Het zich verenigen in een club uit de eigen kern en daarmee de sportieve strijd aangaan met verenigingen uit een andere kern óf het zich als lokale ( culturele ) club profileren namens die betreffende kern, draagt bij aan de sociale cohesie en ontmoeting in die kern. Het voornemen zou dan ook moeten zijn om die situatie zo veel als mogelijk lokaal te stimuleren en te ondersteunen. De aanwezigheid van een op die kern toegesneden gemeenschaphuis vormt daartoe een belangrijke voorwaarde.
Door verschillende functies onder één dak samen te brengen en gebruik te maken van multifunctionele ruimten, is een efficiënter gebruik mogelijk. Efficiënter gebruik heeft positieve invloed op de kosten van beheer en exploitatie en levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de ( financiële ) haalbaarheid / het behoud van voorzieningen en activiteiten.
- - “Uitgangspunten voor de realisering van dienstencentra in het kader van de ontwikkeling van woonzorgzones in de gemeente Bladel”.
Om de vergrijzing en vermaatschappelijking van de zorg in goede banen te leiden heeft de gemeente Bladel gekozen voor de ontwikkeling van woonzorgzones, met woningen en een woonomgeving die geschikt zijn voor mensen met een zorgvraag, een zorgstructuur die garanties biedt voor adequate zorgverlening én een dienstencentrum waar maatschappelijke- en welzijnsdiensten beschikbaar zijn. Op 11 maart 2004 besloot de raad dat bij het realiseren van deze dienstencentra in eerste instantie bezien moet worden of integratie in bestaande zorg- of welzijnsaccommodaties mogelijk is. Alleen wanneer integratie feitelijk onmogelijk is, kan een alternatieve invulling overwogen worden.
- - Decentraal jongerenwerk.
Onderzocht wordt hoe decentraal jongerenwerk in met name de kleine kernen van onze gemeente zou kunnen worden vormgegeven. Bezien wordt hoe de multifunctionele accommodatie hiertoe geschikt ( = voor jongeren aantrekkelijk ) gemaakt zou kunnen worden. Het aanbod ( professionele begeleiding + een geschikte accommodatie ) moet dicht bij de vraag ( de jongeren ) mogelijk gemaakt worden. Geïnventariseerd wordt welke sport- en spelmaterialen daartoe nodig zijn en welke eisen ( afmetingen, inrichting en geluidsisolatie ) aan een ruimte worden gesteld om voor jongeren aantrekkelijk te zijn. Gemeenschapshuizen worden in de gemeente Bladel gebruikt voor tienerbals e.d. Die ontmoetingsplek willen we uit gaan breiden, zodat ook de kleine kernen voor de jeugd aantrekkelijk blijven. Daarmee wordt dan tegemoetgekomen aan de nadrukkelijke vraag van jongeren om elkaar in het eigen dorp ergens vrijblijvend te kunnen treffen.
- - “Bottom up” - benadering
Bij de totstandkoming van de nieuwe multifunctionele accommodaties in de kleine kernen is bewust en nadrukkelijk gekozen voor de “bottom up” aanpak. Gebruikers, omwonenden en alle andere betrokken partijen werden in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken bij de plannen. Door deze interactieve benadering / voortdurende afstemming werden de plannen breed gedragen. Om vraag en aanbod ook in de toekomst zo optimaal mogelijk op elkaar aan te laten sluiten, zal het functioneren van het gemeenschapshuis voortdurende worden getoetst aan de ervaringen van de gebruikers.
- - Structureel gebruik door commerciële partijen
Steeds vaker worden we benaderd door commerciële partijen ( zoals kinderopvangaanbieders ) die ( voor een bepaalde periode / dus niet incidenteel ) gebruik willen maken van ruimten in onze multifunctionele accommodaties / gemeenschapshuizen. Ruimten die vaak al zijn ingericht voor medegebruik t.b.v. jongerensoosactiviteiten, peuterspeelzaalwerk, tienerbal, of iets dergelijks. De afweging die we moeten maken is of we opteren voor één uniforme norm ( per m2 ? / per uur ? ), ongeacht of het een ruimte in het gemeenschapshuis in Bladel betreft ( grote kern / gebouw op leeftijd ) of in Netersel ( kleine kern / nieuw gebouw ) óf een norm per gebouw ( afhankelijk van voorzieningen in de ruimte / leeftijd gebouw / situering gebouw ( in welk dorp ) etc.
- - BTW
Om te voorkomen dat de stichtingsbesturen gesanctioneerd worden vanwege een onjuiste BTW-huishouding, willen we op korte termijnen afspraken maken met de belastingdienst over de juiste wijze waarop en de juiste mate waarin BTW moet worden afgedragen en in vooraftrek mag worden genomen. Per gemeenschapshuis zal al naar gelang de specifieke lokale situatie in beeld gebracht moeten worden welke BTW-verplichtingen er kleven aan de verhuur van ruimten, de exploitatie van het horecagedeelte, het namens de gemeente uitvoeren van groot onderhoud en de BTW over investeringsbijdragen van de gemeente.
- - Verantwoording
De resultaten van de exploitatie van de afzonderlijke gemeenschapshuizen in ogenschouw nemende moeten we concluderen dat de huidige subsidiesystematiek met het voeden van voorzieningen onderhoud en inventaris op de balans van de afzonderlijke stichtingen, niet de gewenste garantie biedt dat op momenten dat het nodig is, voldoende middelen aanwezig zijn om het noodzakelijke onderhoud of het vervangen van inventaris te bekostigen.
De beleidsvrijheid van de stichtingsbesturen om van de jaarlijks aangereikte onderhoudsramingen af te wijken, de voorzieningen voor andere investeringen aan te wenden, aanvullende dotaties ten laste van de exploitatie door te voeren, biedt mede dankzij het achterwege laten van een deugdelijke afstemming over mutaties ( zowel qua onderhoud als qua inventaris ), niet het juiste beeld van de werkelijke exploitatie. Om hier enig zicht op te krijgen, dient jaarlijks de aangereikte verantwoording te worden uitgezuiverd van voornoemde zaken. Dit is érg arbeidsintensief en kan nooit de bedoeling geweest zijn van het wegleggen van bepaalde verantwoordelijkheden bij de stichtingsbesturen.
- - Per gemeenschapshuis:
- - Bladel
Gemeenschapshuis Den Herd is gesitueerd midden in een woonwijk, niet ver verwijderd van het centrum. Op deze locatie heeft Den Herd geen uitbreidingsmogelijkheden meer. De accommodatie heeft haar maximumcapaciteit bereikt. Het beleid / streven om ( zowel uit het oogpunt van gebruik als uit het oogpunt van exploitatie en beheer ) zo veel mogelijk functies in het gemeenschapshuis onder te brengen, zou vanwege het gebrek aan ruimtelijke mogelijkheden op de huidige plek wel eens serieus kunnen worden gedwarsboomd. Het integreren van de invulling van de nu reeds bekende behoefte aan een nieuw dienstencentrum voor ouderen is om deze reden al bij voorbaat moeilijk.
Bezien moet worden in hoeverre verhuizing / nieuwbouw van gemeenschapshuis Den Herd op een andere locatie in Bladel, bundeling van alle functies ( die we via het gemeenschapshuis onderdak willen bieden ) nu en in de toekomst beter mogelijk maakt. Daartoe zal een keuzenotitie worden opgesteld die voorjaar 2011 aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd.
- - Hapert
Stichting Gemeenschapshuis Hapert is eigenaar van de accommodatie. M.b.t. de ondergrond is een erfpachtovereenkomst gesloten. Er is één ruimte permanent verhuurd aan Radio Kempen FM. Qua subsidie-relatie / financiële ondersteuning wordt “Den Tref” benaderd als ware het een accommodatie van de gemeente. Volgens de onderhoudsraming dient de komende jaren een groot deel van de accommodatie een renovatieachtige opknapbeurt te ondergaan. Het bestuur overweegt al een aantal jaren om de accommodatie ( verder ) te ontwikkelen als dagconferentieoord voor o.a. de industrie en zakelijke dienstverlening.
De ontwikkeling / toekomst van gemeenschapshuis “Den Tref” kan niet los worden gezien van andere ontwikkelingen en wensen die de komende jaren in Hapert / het deelgebied Alexanderhof z’n vertaling zullen (moeten) krijgen. Functies en voorzieningen zullen (meer) toekomstproof en logisch(er) geclusterd (moeten) worden weggezet binnen het centrumgebied van Hapert. Er zijn directe relaties met de andere deelgebieden “Markt” en “Brede School”. Ook binnen het deelgebied “Alexanderhof” zelf dient afstemming plaats te vinden met de functies / voorzieningen die hier zijn voorzien. Eén daarvan is de realisering van een nieuw dienstencentrum voor ouderen.
Om inzicht te verkrijgen in de toekomstige vormgeving en functionaliteit van “Den Tref” dient in nauw overleg met het stichtingsbestuur te worden onderzocht welke nieuwe functies, onder andere als gevolg van de centrumontwikkeling van Hapert, in het gemeenschapshuis kunnen / moeten worden geïntegreerd.
- - Hoogeloon
Het oude gemeenschapshuis tegenover de kerk kampte jarenlang met capaciteitsproblemen. De gemeenschap werd daardoor gedwongen om creatief met de beperkingen van het gemeenschapshuis om te gaan.
Voor grote activiteiten / evenementen werd uitgeweken naar de accommodatie van een particulier ( Meulenbroeks ) terwijl ook kleine activiteiten elders onderdak vonden ( de horeca / het ouderensteunpunt / etc. ). In 2008 werd met steun van enkele lokale bedrijven een nieuw multifunctioneel gemeenschapshuis gerealiseerd, waarin ook het binnensportgebeuren een plek kreeg.
Met de nieuwbouw van “D’n Anloop” beschikt de kern Hoogeloon over een op de schaal ( de behoefte ) van de kern Hoogeloon afgestemd gemeenschaphuis met passende oefen- / vergader- en binnensportruimte(n) en mogelijkheden om nieuwe functies te integreren.
- - Casteren
Het bestaande gemeenschapshuis heeft een ingrijpende ver-/nieuwbouw ondergaan en is qua capaciteit vele malen groter geworden. Het gebouw werd in 2007 in gebruik genomen en is eigendom van Woning-stichting De Zaligheden uit Eersel. Gemeente Bladel huurt de accommodaties voor 20 jaar en heeft de accommodatie voor dezelfde periode om niet in gebruik gegeven van Stichting Gemeenschapshuis Casteren.
Na een roerige periode op bestuurlijk vlak wordt thans voortvarend gewerkt aan de nadere invulling van het beoogde multifunctionele karakter van het gemeenschapshuis, door het huisvesten van extra functies zoals het uitleenpunt van de bibliotheek, maar vooral door de samenwerking in de lokale vormgeving van het brede-school-concept ( huisvesting basisonderwijs en voorschoolse voorzieningen ).
De hoogte van de structurele subsidiebijdrage is door deze ontwikkelingen nog moeilijk te bepalen, vandaar dat in Casteren evenals bij de andere nieuwe / vernieuwde gemeenschapshuizen voor de eerste exploitatiejaren “maatwerk” is afgesproken.
Met de nieuwbouw van “D’n Aord” beschikt de kern Casteren over een op de schaal ( de behoefte ) van de kern Casteren afgestemd gemeenschaphuis met passende oefen- / vergader- en binnensportruimte(n) en mogelijkheden om nieuwe functies te integreren.
- - Netersel
In 2006 werd gemeenschapshuis “De Poel” in gebruik genomen. Het bestaande gymlokaal werd uitgebreid met een podium, vergaderruimten, een keuken, een ontmoetingsruimte, een beheerdersruimte en diverse bijruimten. De nieuwe accommodatie is eigendom van de gemeente Bladel. Er werd een stichting opgericht die de verantwoordelijkheid voor het beheer en de exploitatie van de nieuwe accommodatie op zich nam.
Met de nieuwbouw van “D’n Poel” beschikt de kern Netersel over een op de schaal ( de behoefte ) van de kern Netersel afgestemd gemeenschaphuis met passende oefen- / vergader- en binnensportruimte(n) en mogelijkheden om nieuwe functies te integreren.
Bestaand beleid.
“Beleidsnota gemeenschapshuizen” ( 2000 ):
Visie:
“Met inachtneming van onderstaande beleidslijnen worden de ( meerjarige) budgetsubsidies bepaald die de beherende instellingen in staat moet stellen om de accommodaties in goede staat te houden en beschikbaar te stellen aan de doelgroepen voor de uitvoering van welzijnsactiviteiten”.
Missie:
- - harmonisatie in de relaties tussen de gemeente en de afzonderlijke gemeenschapshuizen in de vijf kernen, zonder de eigenheid van de individuele gemeenschapshuizen uit het oog te verliezen;
- - de beherende instellingen beschikken over de instrumenten die hen in staat stellen de verantwoordelijkheid te dragen voor een goed beheer van de accommodaties.
Beleidslijnen:
- - Huurrelaties:
In de relatie exploitant-gebruiker wordt de beherende instelling geacht aan de gebruikers geen huur in
rekening te brengen voor het gebruik van de zalen voor de uitvoering van verenigingsactiviteiten.
- - Onderhoud:
Het onderhoud van de gebouwen vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de beherende instellingen. Financiering vindt plaats via een voorziening die gevoed wordt ten laste van de exploitatierekening.
- - Onderhoud / vervanging / uitbreiding van inventaris:
Onderhoud, vervanging en uitbreiding van inventaris vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de beherende instellingen, waarbij de dekking plaatsvindt via de voorziening inventaris, die gevoed wordt ten laste van de exploitatierekening.
- - Investeringen:
Besluitvorming over investeringen verloopt via de gemeenteraad in het kader van de meerjarige
investerings- en activiteitenprogramma’s.
- - Beschikbaarheid van gemeenschapshuizen die geen eigendom zijn van de gemeente:
De erfpachtovereenkomst met de Stichting Gemeenschapshuis Hapert geeft gedurende de looptijd van die overeenkomst voldoende zekerheid over de duurzame beschikbaarheid van deze accommodatie als gemeenschapshuis.
- - Bijzondere functies:
Een bijzondere functie doet zich voor bij het gemeenschapshuis van Bladel ( theater ).
Voor de theaterfunctie wordt in het kader van deze beleidsnota een afzonderlijk budget toegekend.
- - Paracommerciële activiteiten:
Beperking of uitbreiding van paracommerciële activiteiten kunnen geëffectueerd worden op basis van een convenant tussen horecaondernemers, gemeenschapshuizen en gemeente, of in gevallen waarin dat wettelijk afdwingbaar blijkt.
- - Consumptieprijzen:
In de gemeenschapshuizen moeten consumptieprijzen gehanteerd worden die op het niveau liggen van wat plaatselijk in de horecabedrijven gangbaar is.
Ervaringen.
- - Huurrelaties:
Deze beleidslijn werd volgt gedefinieerd: “Voor verenigingsactiviteiten mag geen huur in rekening worden gebracht. Voor commerciële activiteiten, ook voor verenigingsactiviteiten met een commerciële inslag én voor activiteiten van verenigingen van buiten de gemeente, moet wél huur in rekening gebracht worden”.
In de praktijk blijkt dat de afzonderlijke stichtingsbesturen hier verschillend mee om gaan.
- - Wanneer is er sprake van een verenigingsactiviteit ? Alleen wanneer de gebruiker aantoonbaar maakt dat ze een vereniging is ( strikt naar de letter van de beleidslijn ) óf wanneer het niet-commerciële activiteiten betreft door of voor ( groepen ) inwoners van onze gemeente ( handelen - in de geest van - de beleidslijn ).
- - Wanneer is er sprake van commerciële activiteiten of activiteiten met een commerciële inslag ? Is dat het geval als er entree wordt gevraagd óf alleen wanneer het “verenigingsvreemde” activiteiten betreft gericht op extra inkomsten ( bv een rommelmarkt ) ? Beherende instellingen gaan hier verschillend mee om, terwijl er ook voorbeelden zijn van het toepassen van verschillende gradaties van de huurverplichting c.q. -vrijstelling.
Ten behoeve van de uniformiteit van beleid dient op dit onderdeel een meer eenduidig standpunt te worden geformuleerd om verschillen tussen de afzonderlijke gemeenschapshuizen te voorkomen.
- - Onderhoud:
Het onderbrengen van de onderhoudsverantwoordelijkheid bij de beherende instellingen was gebaseerd op de overtuiging bij de besturen dat men het onderhoud sneller en tegen lagere kosten zou kunnen ( laten ) uitvoeren. Een deel van dat ingecalculeerde voordeel kwam ten goede van de gemeente door middel van een efficiencykorting van 10% op de becijferde voeding van een onderhoudsvoorziening bij de stichtingsbesturen. Ervaring leert ons dat besturen al dan niet bewust de voorziening oneigenlijk aanwenden voor zaken die niet als onderhoudactiviteit zijn opgenomen in de meerjarige onderhoudsraming, voor wensinvesteringen, voor onderhoudsactiviteiten die veel verder gaan dan instandhouding van de bestaande situatie, etc.
De terugkoppeling van uitgevoerde / doorgeschoven onderhoudsactiviteiten laat te wensen over, waardoor de meerjarenraming van het te plegen onderhoud geen juist / actueel beeld meer schetst van de praktijk. Het vergt ontzettend veel inzet om enig zicht te behouden op de onderhoudsraming en daarop gebaseerde subsidiebijdrage enerzijds en de werkelijke onderhoudstoestand en –uitgaven anderzijds.
- - Onderhoud / vervanging / uitbreiding van inventaris:
De jaarlijkse dotatie bedraagt 7% van de aanschafwaarde van de inventaris die in de voorgaande periode van 15 jaar is aangeschaft. De instellingen hebben vanaf het begin kanttekeningen geplaatst bij de hoogte van deze dotatie omdat een gemiddelde afschrijvingstermijn van 15 jaar veel te hoog werd geacht. Vervanging is gemiddeld slechts 1 x per 15 jaar mogelijk, terwijl die termijn bovendien nog eens wordt opgerekt doordat ook het onderhoud en eventuele uitbreiding van de inventaris ten laste van dit budget moet worden gefinancierd. Dat terwijl de gebruikelijke afschrijvingstermijnen van het overgrote deel van de inventaris in de praktijk véél korter zijn. Op dit onderdeel van de subsidiëring heeft de afgelopen 10 jaar dan ook behoorlijke scheefgroei plaatsgevonden. Uit recente taxaties van de inventaris is gebleken dat de, in het jaarlijkse subsidiebedrag opgenomen, bijdrage voor de voeding van de voorziening in de meeste gevallen op een (veel) lager totaalbedrag is gebaseerd dan de werkelijke waarde van de inventaris in de praktijk.
- - Investeringen:
De beherende instellingen dienen via een meerjarig werkplan tijdig melding te maken van investeringen in het gebouw, niet zijnde onderhoud / renovatie of inventaris. De gemeente kan vervolgens in haar meerjarig investeringsprogramma de benodigde bedragen oormerken / reserveren. In de praktijk werden noodzakelijk geachte investeringen ad hoc voorgelegd en beoordeeld.
- - Beschikbaarheid van gemeenschapshuizen die geen eigendom zijn van de gemeente:
Het aanbod gemeenschapshuizen is sinds 2000 ingrijpend gewijzigd. De accommodaties in Bladel, Hoogeloon en Netersel zijn eigendom van de gemeente. Het gemeenschapshuis in Casteren is van Woningstichting De Zaligheden uit Eersel, waarmee een huurovereenkomst van 20 jaar ( tot juni 2017 ) is gesloten. De accommodatie in Hapert is eigendom van Stichting Gemeenschapshuis Hapert.
- - Bijzondere functies:
Alleen het gemeenschapshuis in Bladel vervulde de afgelopen jaren een “bijzondere functie”. Het theaterprogramma in “Den Herd” voorziet, gezien de jaarlijkse bezoekersaantallen, in een duidelijke behoefte uit onze gemeente én de regio.
- - Paracommerciële activiteiten:
Het aanbod van passende en voldoende vergader- / oefen- en sportruimten is sinds het van kracht worden van de beleidsnota gemeenschaphuizen ( 2001 ) door met name ver-/nieuwbouw van de gemeenschaps-huizen in de kleine kernen flink gewijzigd. Deze accommodaties zijn allemaal voorzien van een ontmoetingsruimte / kantine / bar die dienstbaar / ondersteunend is aan de activiteiten die in een gemeenschapshuis hun onderkomen hebben. (Bar-)activiteiten die verder gaan, vormen terecht aanleiding tot een discussie over oneerlijke ( gesubsidieerde ) concurrentie met de plaatselijke horeca.
- - Consumptieprijzen:
Hoewel de bepaling in de beleidsnota geen ruimte biedt voor interpretatieverschillen, toont de praktijk een ander beeld. In Hapert en Bladel wordt trouw conform deze bepaling gehandeld. In de kleine kernen daarentegen hanteert men eigen consumptieprijzen.
Visie
- - Lange termijn- / toekomstperspectief op basis van een compleet beeld van de huidige situatie en inzicht in te verwachten en gewenste ontwikkelingen.
De gemeente is verantwoordelijk voor de leefbaarheid in de afzonderlijke kernen van de gemeente Bladel.
Een centrale ontmoetingsplek levert een belangrijke bijdrage aan het behoud van de leefbaarheid en vormt een belangrijke schakel in de sociale infrastructuur. Een goed functionerend gemeenschapshuis draagt bij aan de sociale cohesie, de mate waarin mensen in hun gedrag en beleving uitdrukking geven aan hun betrokkenheid bij de maatschappelijke verbanden in hun persoonlijk leven en als burger in de samenleving.
Het gemeentelijk beleid ten aanzien van de gemeenschapshuizen / multifunctionele accommodaties is gericht op het creëren / het in stand houden van een situatie waarin:
- - Elke kern over een op de maat van de betreffende kern toegesneden multifunctionele accommodatie beschikt met voldoende capaciteit aan ruimten om nu en in de toekomst onderdak te bieden aan activiteiten van zowel het verenigingsleven als van zorg- en welzijnsinstellingen die dienstbaar zijn aan de lokale gemeenschap;
- - De multifunctionele accommodatie ( MFA) waar mogelijk samen met een ( in de MFA geïntegreerd ) wijkdienstencentrum voor ouderen en de omliggende zorgservicewoningen, een moderne faciliteit vormt waar cultuur, ( 24-uurs)- zorg, recreatie en wonen zijn gecombineerd en ook de plaatselijke jeugd een plek heeft;
- - De gemeenschapshuizen letterlijk en figuurlijk het hart van de lokale gemeenschap vormen, de accommodatie die door en voor de lokale gemeenschap is gerealiseerd, de plek waar het overgrote deel van de lokale sociaal / maatschappelijke, culturele ( en sportieve ) activiteiten en ontmoetingen plaatsvinden;
- - Door de beschikbaarheid van een representatieve accommodatie een prettige locatie ontstaat waar het verenigingsleven, maar ook burgers, werkgevers en werknemers elkaar kunnen ontmoeten, het lokaal organiserend vermogen wordt gestimuleerd en alle betrokken partijen worden uitgedaagd om samen te werken, creatief te denken en innovatief te zijn;
- - Het gemeenschapshuis de thuishaven is voor alle basisvoorzieningen, die van belang zijn voor de inwoners van de betreffende kern;
- - Verdere professionalisering wordt doorgevoerd door het gemeenschapshuis meer planmatig en bedrijfsmatig te beheren en te besturen en een voortdurende aandacht voor de kwaliteit van de dienstverlening;
- - Elk gemeenschapshuis, de mogelijkheid wordt geboden de algemene visie lokaal in te kleuren en maatwerk te leveren waardoor een visie op het eigen functioneren ontstaat waarbij rekening wordt gehouden met relevante ontwikkelingen en afstemming plaatsvindt op de lokale behoeften en wensen;
- - Samenwerking wordt gezocht met externe partijen, zoals woningcorporaties, zorginstellingen en andere relevante organisaties die een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het functioneren van het gemeenschaphuis;
- - Voortdurend wordt afgestemd met de gebruikers, vrijwilligers en andere betrokken partijen, om vraag en aanbod zo optimaal mogelijk op elkaar te laten aansluiten en een zo efficiënt mogelijke exploitatie te realiseren;
- - Aandacht is voor de meerwaarde die vrijwilligers hebben voor de betrokkenheid bij het gemeenschapshuis.
Missie
- - Functie / taak / doelstelling
- - Een principiële keuze op basis van de visie
- - Centrale gedachte over de functies die de accommodatie in de toekomst moet ( gaan ) vervullen
Het gemeenschapshuis wordt beschouwd als het hart van de lokale gemeenschap, waar inwoners elkaar treffen, het verenigingsleven “thuis” is en ook zorg-, hulp- en dienstverlenende instellingen een plek hebben.
Afhankelijk van de specifieke lokale situatie wordt aan deze doelstelling invulling gegeven door te streven naar gemeenschapshuizen:
- - “Door en voor de lokale gemeenschap”:
Bij de totstandkoming van de nieuwe gemeenschapshuizen is er bewust voor gekozen om de lokale bevolking vanaf het prille begin te betrekken bij de plannen. Door alle afwegingen in dat proces transparant en open te communiceren, werd draagvlak gecreëerd. De wijze waarop inspraak werd geboden, sterkte bij toekomstige gebruikers en bestuurders het gevoelen dat naar hen werd geluisterd en hun wensen zo (optimaal) mogelijk werden vertaald in de opzet van de accommodatie. Resultaat was dat een “eigen” gebouw werd gerealiseerd, waarin het maximaal haalbare van de lokale behoeften waren vertaald. Omvang en mogelijkheden zijn bepaald door de specifieke lokale omstandigheden. Dezelfde betrokkenheid en draagvlak als bij de totstandkoming, willen we ook creëren ten aanzien van het gebruik en de exploitatie van het gemeenschapshuis, ook in de grotere kernen Bladel en Hapert. Instemming over het algemene beleidskader waarbinnen de lokale stichtingsbesturen kunnen opereren. Bij het beheer en de exploitatie van de gemeenschapshuizen past voor de gemeente een rol op afstand, om te waken over het uniforme beleid op hoofd-lijnen, zonder de eigenheid van de individuele gemeenschapshuizen geweld aan te doen, met de mogelijkheid per kern om zich te onderscheiden ( bijv. “Den Herd” als regionaal cultureel centrum ).
- - Waarin zo veel mogelijk functies zijn geïntegreerd met behoud van eigen identiteit:
Het streven naar een accommodatie waar de leefbaarheid van de gemeenschap zijn vertaling vindt, moet zo veel mogelijk verschillende gebruikers kunnen bedienen.
Via een multifunctioneel en flexibel gebruik van ruimten, waar nodig ( in combinatie met / door middel van ) verbouw of uitbreiding van capaciteit, moeten synergievoordelen worden behaald die behoud van functies mogelijk maakt waar deze individueel steeds meer ( dreigen ) te verdwijnen.
Synergievoordelen dragen er mogelijk toe bij dat de functies ontmoeting, ontspanning en ontwikkeling verder worden uitgebreid. Het uitbreiden van / het integreren van functies ( opvang, zorg, e.d. ) mag niet ten koste gaan van bestaand gebruik en is slechts mogelijk indien dit in harmonie met het bestaande gebruik kan worden ingepast. Geen enkele gebruiker kan het exclusieve gebruik / een voorkeursrecht van ruimten of gebruikstijden claimen. Verenigingsgebruik en gebruik door ( groepen van ) personen geniet voorrang op een gebruik ten behoeve van (verenigings-)activiteiten met een commerciële inslag of commerciële activiteiten. Laatstgenoemde activiteiten zijn vaak exploitatietechnisch interessant, doch mogen regulier (verenigings-)gebruik niet verdringen. Een optimaal gebruik door ( groepen van ) personen en verenigingen ( oorspronkelijke doelstelling ) dient te allen tijde voorrang te genieten boven commerciële activiteiten / activiteiten met commerciële inslag ( die meer inkomsten generen ) en uit het oogpunt van exploitatie interessanter zijn. De doelstelling is niet om een zo gunstig mogelijk resultaat te behalen, maar om optimaal huisvesting te bieden aan lokale activiteiten. Daarnaast moet zo veel mogelijk voorkomen worden dat geluidproducerende activiteiten ( drumband, harmonie, e.d. ), die qua aard en karakter thuishoren in een gemeenschapshuis, vanwege de veronderstelde overlast naar andere gebruikers, al dan niet noodgedwongen uitwijken naar alternatieve ruimten / accommodaties. Getracht moet worden om ook die gebruikers zo lang / zo veel als mogelijk “binnen boord” te houden.
- - Waar de lokale gemeenschap zich thuis voelt, zich kan ontspannen, elkaar kan ontmoeten en activiteiten kunnen plaatsvinden:
Criteria waaraan kan worden getoetst of een gemeenschapshuis aantrekkelijk wordt ervaren en uitnodigt tot gebruik door inwoners uit alle lagen van de lokale bevolking in de leeftijd van 0-100 jaar zijn:
- - Voldoende passende ( multifunctionele ) oefen- / vergader- ( en sport-)ruimten, afgestemd op de schaal van de betreffende kern en de behoefte van de lokale gemeenschap
- - Voldoende faciliteiten / geoutilleerd om alle gebruikers optimaal te bedienen / te ondersteunen
- - Laagdrempelig ( geen huur )
- - Bereikbaar ( externe en interne routing )
- - Toegankelijk ( ook voor mensen met een beperking )
- - Bruikbaar / gebruiksvriendelijk
- - Open transparant in het te voeren beleid
- - Voldoen aan landelijke wet- en regelgeving
- - Uitnodigend ( Qua vormgeving/kleurstelling/indeling, personeel, programma, . . . )
- - Kwalitatief hoogwaardige invulling openbare ruimte rondom het gemeenschapshuis. ( Waar mogelijk zou de verblijfsfunctie van dit gebied moeten worden verstrekt. )
- - Waarvan de beherende instellingen door de gemeente ( financieel ) in staat worden gesteld de verantwoordelijkheid te dragen om de accommodatie overeenkomstig het gemeentelijk beleid te beheren en te exploiteren:
De hoogte van de huidige subsidierelatie met de afzonderlijke gemeenschapshuizen is voor wat betreft Bladel en Hapert gebaseerd op de exploitatieresultaten ( + index ) van de jaren voorafgaande aan het van kracht worden van de huidige “beleidsnota gemeenschapshuizen” in 2001 en voor wat betreft de kleine kernen op basis van aannames in afwachting van de werkelijke resultaten gedurende de eerste jaren na ingebruikname. Deze subsidiegrondslagen moeten worden aangepast aan de gewijzigde / uitgebreide doelstelling / functies van onze gemeenschapshuizen.
Uitgangspunten ( concept-subsidiegrondslagen )
Naar aanleiding van ontwikkelingen sinds 2001 / voorziene ontwikkelingen de komende jaren:
Uitgangspunt 1.
Gemeenschapshuizen spelen een belangrijke rol bij het realiseren van het gemeentelijk welzijnsbeleid, door in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning onderdak te bieden aan ontspannende, creatieve, culturele of sportieve activiteiten waar inwoners actief aan kunnen deelnemen / meedoen.
( ontwikkeling “Welzijnsbeleid / Wet Maatschappelijke Ondersteuning” (WMO)
Uitgangspunt 2.
Gemeenschapshuizen staan er voor open om nieuwe maatschappelijke rollen en functies te gaan vervullen ( naast ontmoeting en ontspanning, ook activiteiten ter bevordering van de sociale cohesie zoals opvang, zorg en ontplooiing ).
( ontwikkeling: “Nieuwe partijen / nieuwe verhoudingen” )
Uitgangspunt 3.
Gemeenschapshuizen dragen bij aan het behoud van voorzieningen en activiteiten ( en daarmee de leefbaarheid van de betreffende kern ) door onderdak te bieden aan zo veel mogelijk functies en gebruikers.
( ontwikkeling: “Behoud leefbaarheid”)
Uitgangspunt 4.
Bij het realiseren van dienstencentra ( onderdeel van het concept “woonzorgzone” ) wordt in eerste instantie bezien of integratie in het lokale gemeenschapshuis mogelijk is.
( ontwikkeling: “Uitgangspunten voor de realisering van dienstencentra in het kader van de ontwikkeling van woonzorgzones in de gemeente Bladel” ).
Uitgangspunt 5.
Gemeenschapshuizen bieden onderdak voor ( het lokaal organiseren van ) jongerenactiviteiten.
( ontwikkeling: “Decentraal jongerenwerk”)
Uitgangspunt 6.
Gemeenschapshuizen stemmen frequent af of het aanbod nog altijd aansluit bij de behoeften van hun ( potentiële ) gebruikers.
( ontwikkeling: “Bottom up” benadering. )
Uitgangspunt 7.
Gemeenschapshuizen hanteren ingeval van een structureel gebruik van (een) ruimte(n) door een commerciële partij, één uniforme huurprijs/norm, ongeacht welke kern of welk gebouw het betreft.
( ontwikkeling: “Structureel gebruik door commerciële partijen” )
Uitgangspunt 8.
De gemeenschapshuizen wordt duidelijkheid geboden over de juiste wijze waarop en de juiste mate waarin BTW moet worden afgedragen en in vooraftrek mag worden genomen.
( ontwikkeling: BTW )
Uitgangspunt 9.
Gemeenschaphuizen hanteren bij het overleggen van de jaarcijfers een door de gemeente aangereikt verantwoordingsprotocol waarmee het inzicht wordt geboden, dat thans enkel door het herschikken van de jaarcijfers kan worden verkregen.
( ontwikkeling: “Verantwoording” )
Met betrekking tot de huidige beleidslijnen:
- - Huur:
Een belangrijke voorwaarde om onze visie op de gemeenschapshuizen te kunnen verwezenlijken en onze missie te doen slagen, is dat eventuele drempels tot een ( spontaan / periodiek ) gebruik van de gemeenschapshuizen ( zo veel mogelijk ) worden weggenomen. Wanneer inwoners ( al dan niet in verenigingsverband ) huur moeten betalen voor het gebruik van een ruimte in het lokale gemeenschapshuis, zal daartoe pas worden overgegaan op het moment dat acceptabele alternatieven ( waarvoor geen huur verschuldigd is ), niet voorhanden zijn. Ook de horeca biedt vergader- en oefenruimten. Versnippering of afstel van een voorgenomen overleg / activiteit dreigt en aan de beoogde sociale cohesie ( door clustering van activiteiten op één locatie ) wordt afbreuk gedaan. Compensatie van huurkosten via subsidie leidt tot veel administratieve rompslomp en richting gebruikers tot onduidelijkheid of men daar daadwerkelijk voor in aanmerking komt.
Uitgangspunt 10.
Voor het gebruik van ruimte(n) door personen / groepen van personen ( al dan niet in verenigingsverband ) en verenigingen afkomstig uit de gemeente Bladel, is geen huur verschuldigd.
Uitgangspunt 10a.
Voor alle gebruikers van ruimten in het gemeenschapshuis geldt dat op het niet verschijnen op gereserveerde tijden een sanctie kan worden gesteld.
Uitgangspunt 11.
Alle niet commerciële zorg-, hulp- en dienstverlenende welzijnsinstellingen die met hun lokale aanbod een bijdrage leveren aan ( het behoud / het vergroten van ) de leefbaarheid van het dorp, moeten om niet gebruik kunnen maken van ruimten in het gemeenschapshuis.
Gebruik is pas mogelijk indien het in goede harmonie met het overige niet commerciële gebruik ingepast kan worden. De extra kosten die uit dit gebruik voortvloeien ( schoonmaak / onderhoud / gas,water,elektra e.d. ) dienen ( zo mogelijk herleidbaar ) ten laste van de exploitatie van het gemeenschapshuis te worden gebracht. Consumpties daarentegen dienen één op één door de gebruiker te worden voldaan.
Voor (verenigings-)activiteiten met een commerciële inslag ( “verenigingsvreemde” activiteiten die niet gelieerd zijn aan de – statutaire – doelstelling van de gebruiker ) is wél huur verschuldigd. Wij denken hierbij bijvoorbeeld aan een rommelmarkt die tot doel heeft extra inkomsten te genereren voor de organiserende club. Eigen uitvoeringen / concerten waarvoor entree wordt gevraagd door verenigingen worden daarentegen niet beschouwd als een activiteit met commerciële inslag.
De huurverplichting is eveneens van toepassing ingeval van incidenteel gebruik voor commerciële activiteiten en door commerciële partijen: feesten en partijen van persoonlijke aard en bijeenkomsten van professionele (belangen-)organisaties en instellingen.
Uitgangspunt 12.
Er is sprake van een “verenigingsactiviteit” wanneer het een activiteit betreft, gelieerd aan de ( statutaire ) doelstelling van die vereniging, zonder het vooropgestelde doel ( extra ) inkomsten te verwerven, uitgevoerd door personen / groepen van personen ( al dan niet in verenigingsverband ) en verenigingen afkomstig uit de gemeente Bladel.
( ervaring met beleidslijn “huur” )
Uitgangspunt 13.
Er is sprake van een “activiteit met commerciële inslag” wanneer het “verenigingsvreemde” activiteiten betreft ( niet gelieerd aan de - statutaire - doelstelling van de gebruiker ) met het vooropgestelde doel ( extra ) inkomsten te verwerven.
( ervaring met beleidslijn “huur” )
Uitgangspunt 14.
Er is sprake van een “commerciële activiteit” wanneer het activiteiten van een profit-instelling betreft met het vooropgestelde doel de commerciële activiteiten / het commerciële aanbod van de gebruiker te promoten.
( ervaring met beleidslijn “huur” )
De stichtingsbesturen van de gemeenschapshuizen worden uitgenodigd inzage te bieden in de gehanteerde huurtarieven ( afhankelijk van zaalgrootte, faciliteiten, omvang gebruik, etc. ). Ons streven is om te komen tot vergelijkbare tarieven in de afzonderlijke gemeenschapshuizen, zodat gebruikers in ongeacht welk gemeenschapshuis van onze gemeente ( nagenoeg ) hetzelfde huurtarief verschuldigd zijn.
Uitgangspunt 15.
Er wordt een uniform huurtarievenbeleid ontwikkeld voor alle gemeenschapshuizen in onze gemeente waarin een onderscheid wordt gemaakt in de huur voor verenigingsactiviteiten met een commerciële inslag en commerciële activiteiten.
Uitgangspunt 16.
De stichtingsbesturen stellen een overzicht op van activiteiten die zich op de scheidslijn ( in het “grijze” gebied ) van de verschillende categorieën van gebruik bevinden. In overleg kan dan worden bepaald tot welke categorie de betreffende activiteit moet worden gerekend en in welke mate huur is verschuldigd.
Uitgangspunt 17.
In gevallen waarin ruimten in onze gemeenschapshuizen gedurende een langere periode (enkele maanden / een seizoen / of nog langer) exclusief gebruikt worden door commerciële marktpartijen ( bijv. kinderopvang ) wordt een huurnorm voorgestaan van € 125,= excl. BTW per m2 ( prijspeil 2010 ).
Voor de levering van gas, water en elektra wordt een opslag gerekend van 35,= excl. BTW per m2.
Ingeval van medegebruik / gebruik voor enkele dagen / dagdelen per week (gedurende een langere periode) dienen deze normen naar verhouding te worden aangepast. Hierbij wordt gerekend met 15 dagdelen per week ( 5 ochtenden, middagen en avonden ), er vanuit gaande dat commercieel gebruik in de weekenden in regel incidenteel is. Deze normbedragen dienen jaarlijks te worden geïndexeerd met het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens ( het indexcijfer van de maand gelegen 4 maanden voor de maand waarin de huurprijs wordt aangepast gedeeld door het indexcijfer van de maand gelegen 16 maanden voor de maand waarin de huurprijs wordt aangepast ).
Uitgangspunt 18.
In gevallen waarin een commerciële partij voor een langere periode ( enkele maanden / een seizoen, of nog langer ) een ruimte wil huren in een gemeenschapshuis, dient de gemeente vooraf te worden gekend in de beslissing om hier wel of niet medewerking aan te verlenen.
- - Onderhoud / Inventaris:
Als we de resultaten van de exploitatie van de afzonderlijke gemeenschapshuizen in ogenschouw nemen, moeten we concluderen dat de huidige subsidiesystematiek met het voeden van voorzieningen onderhoud en inventaris op de balans van de afzonderlijke stichtingen, niet de gewenste garantie biedt dat op momenten dat het nodig is, voldoende middelen aanwezig zijn om het noodzakelijke onderhoud of het vervangen van inventaris te bekostigen. De beleidsvrijheid van de stichtingsbesturen om van de jaarlijks aangereikte onderhoudsramingen af te wijken, de voorzieningen voor andere investeringen aan te wenden, aanvullende dotaties ten laste van de exploitatie door te voeren, biedt mede dankzij het achterwege laten van een deugdelijke afstemming over mutaties ( zowel qua onderhoud als qua inventaris ), niet het juiste beeld van de werkelijke exploitatie. Om hier enig zicht op te krijgen, dient jaarlijks de aangereikte verantwoording te worden uitgezuiverd van voornoemde zaken. Dit is érg arbeidsintensief en kan nooit de bedoeling geweest zijn van het wegleggen van bepaalde verantwoordelijkheden bij de stichtingsbesturen.
Onderhoud: De verantwoordelijkheid voor het groot onderhoud en het hiertoe tijdig en voldoende voeden van een voorziening willen we terughalen naar de gemeente. Het huidige systeem was gebaseerd op de aanname dat stichtingsbesturen sneller, efficiënter en daardoor goedkoper zouden kunnen handelen. Dat veronderstelde voordeel zouden we ook kunnen behalen door alle werkzaamheden met betrekking tot het groot onderhoud aan onze gemeenschapshuizen gezamenlijk aan te besteden. Vrijwilligers worden daardoor ontlast van deze zorg en verantwoordelijkheid, het onderhoud is ten aanzien van alle gemeenschapshuizen is hetzelfde en voornoemde rompslomp rondom de verantwoording ( inclusief de verrekening van BTW vanwege geleverde diensten van het stichtingsbestuur aan de gemeente ) behoort tot het verleden. Daar staat tegenover dat het stichtingsbestuur in ieder geval gevoelsmatig minder beleidsvrijheid geniet en minder snel kan handelen. De besparingen op onderhoud vanwege zelfwerkzaamheid blijven mogelijk, aangezien die situatie zich veelal voordoen ten aanzien van het klein onderhoud / gebruikersonderhoud. Voor groot onderhoud moet toch al snel een beroep worden gedaan op professionele bedrijven. Met de afzonderlijke stichtingsbesturen is hierover reeds oriënterend gesproken en deze staan hier zonder uitzondering niet onwelwillend tegenover.
Uitgangspunt 19.
De gemeente wordt weer verantwoordelijk voor het groot onderhoud.
De ervaring met de manier waarop door de beherende instellingen is omgegaan met de voeding en onttrekkingen van de voorziening onderhoud, gekoppeld aan de constatering dat het bij aanvang beoogde financieel voordeel thans ook of zelfs nog in meerdere mate kan worden verkregen door als gemeente het onderhoud van de 5 gemeenschapshuizen als één geheel uit / aan te besteden, pleit voor het door de gemeente terugnemen van de verantwoordelijkheid voor het groot onderhoud.
( ervaring met beleidslijn “onderhoud” )
Inventaris: De opgaven van de werkelijke waarde van de aangeschafte inventaris voor de nieuwe gemeenschapshuizen in de kleine kernen, evenals de door een onafhankelijk taxatiebureau ( “Von Reth” ) opgestelde “nulmeting” van de waarde van de inventaris van de gemeenschapshuizen in Bladel en Hapert, tonen aan dat de werkelijke waarde ( veel ) hoger ligt dan de bedragen waarmee de gemeente rekent bij het bepalen van de hoogte van het aandeel – voeden voorziening inventaris – binnen de jaarlijkse subsidiebijdrage.
Om verlost te worden van de onzekerheid en discussies of bepaalde zaken wel of niet tot de inventaris behoren, of de gemeente t.a.v. nieuw aangeschafte inventaris één op één de verantwoordelijkheid overneemt om deze op termijn te vervangen en zo ja tot op welk bedrag / niveau, moeten we naar een objectieve normering. Die normering moet er toe leiden dat de gemeenschapshuizen in staat zijn tijdig en op een passend niveau inventaris aan te schaffen, te onderhouden en te vervangen. Hoe deze genormeerde tegemoetkoming vervolgens wordt ingevuld ( niveau / prijs, afschrijvingstermijnen, uitbreiding ) is aan de afzonderlijke stichtingsbesturen om te bepalen. Die invulling is afhankelijk van de lokale situatie en kan daarop worden aangepast ( “maatwerk” ). Normering moet er voor zorgen voor een uniforme benadering van elk afzonderlijk gemeenschapshuis ( ondanks de onderlinge verschillen in omvang, niveaukeuze, dienstverlening, lokale voorkeuren ).
Uitgangspunt 20.
De gemeente bepaalt tot op welk niveau zij zich verantwoordelijk voelt de beherende instellingen financieel in staat te stellen de huidige inventaris op peil te houden. Vooraf kan reeds worden gesteld dat instandhouding van de inventaris op het huidige niveau ( kwalitatief / kwantitatief ) leidt tot de noodzaak om de beherende instellingen op dit onderdeel in het vervolg extra financieel tegemoet te komen.
( ervaring met beleidslijn “Onderhoud / vervanging / uitbreiding van inventaris” )
Uitgangspunt 21.
Voor aanschaf / onderhoud / vervanging van inventaris ontvangen de beherende instellingen voortaan een genormeerde tegemoetkoming. De instellingen zijn vrij om te bepalen hoe dit bedrag, gezien de specifieke lokale situatie / behoefte, ten behoeve van de inventaris wordt ingezet.
- - Investeringen:
Er bestaat o.i. geen aanleiding de huidige handelswijze ten aanzien van investeringen ( niet zijnde de door “Oranjewoud” geraamde onderhoudsactiviteiten ) te wijzigen. Stichtingsbesturen moeten er wel nog eens extra op worden gewezen dat ze tijdig nadenken over te plegen investeringen, zodat de gemeente deze tijdig kan opnemen in het meerjarig investeringsprogramma.
Uitgangspunt 22.
Beherende instellingen maken tijdig melding van investeringen in het gebouw, waarvoor een beroep op de gemeente zal worden gedaan.
( ervaring met beleidslijn “Investeringen” )
- - Beschikbaarheid van gemeenschapshuizen die geen eigendom zijn van de gemeente:
De gemeenschapshuizen van Netersel, Hoogeloon en Bladel zijn eigendom van de gemeente Bladel.
De accommodaties in Netersel en Hoogeloon worden om niet in gebruik gegeven aan de beherende instellingen. Het gemeenschapshuis in Bladel wordt verhuurd ( huurprijs wordt via subsidie gecompenseerd ).
Het gemeenschapshuis in Hapert is eigendom van de Stichting Gemeenschapshuis Hapert terwijl de accommodatie in Casteren door de gemeente gehuurd wordt van Woningstichting De Zaligheden en door de gemeente om niet in gebruik wordt gegeven aan de beherende stichting.
Uitgangspunt 23.
De beschikbaarheid van de accommodaties die geen eigendom zijn van de gemeente ( Hapert = stichting / Casteren = woningstichting ) moet gewaarborgd zijn.
Via de erfpachtovereenkomst ( Hapert ) en de huurovereenkomst met WSZ ( Casteren ) is de beschikbaarheid van genoemde accommodaties voldoende gewaarborgd.
De praktijk geeft geen aanleiding in deze zaken anders te gaan regelen.
( ervaring met beleidslijn: “Beschikbaarheid van gemeenschapshuizen die geen eigendom zijn van de gemeente” )
- - Bijzondere functies:
Ook het geherijkte beleid moet ruimte bieden aan bijzondere functies, die een meerwaarde betekenen voor het aanbod in die kern, de gemeente Bladel of zelfs de regio.
De ontwikkeling van bijzondere functies vereist afstemming en instemming vooraf met de gemeente. Dit om vooraf duidelijkheid te verschaffen of de gemeente genegen is in de toekomst financieel bij te dragen in die bijzondere functie en om ervan verzekerd
te zijn dat die bijzondere functie niet leidt tot verdringing van het eigenlijk gebruik ( of de mogelijkheden daartoe: bijvoorbeeld het integreren extra functies ).
Uitgangspunt 24.
Het opzetten en uitbreiden van “bijzondere functies” in de gemeenschapshuizen wordt toegejuicht, mits geen verdringing van reguliere activiteiten / functies plaatsvindt, mits niet-commercieel en mits qua aard en karakter gelieerd / te linken aan de reguliere functies van het gemeenschaphuis.
( ervaring met beleidslijn “Bijzondere functies” )
Uitgangspunt 25.
Met de gemeente wordt vooraf afgestemd, indien van de gemeente verwacht wordt dat een financiële bijdrage wordt geleverd aan de totstandkoming / instandhouding van een “bijzondere functie” in het gemeenschapshuis.
Uitgangspunt 26.
Eventuele uitbreiding van de theaterfunctie van “Den Herd” dient plaats te vinden in nauw overleg met het bestaande aanbod in Reusel en Bergeijk, om er voor te zorgen dat het aanbod aanvullend in plaats van in concurrentie van elkaar is. Bij verdere invulling van de functie - cultureel centrum - zal steeds de afweging gemaakt moeten worden of de geconstateerde behoefte lokaal moet worden ingevuld of dat verwezen moet / kan worden naar aanbod in de regio en/of een centrumgemeente zoals Eindhoven.
( ervaring met beleidslijn “Bijzondere functies” )
- - Paracommerciële activiteiten:
De horeca in de gemeenschapshuizen is dienstbaar aan de activiteiten die er op grond van deze beleidsnota kunnen en mogen plaatsvinden. Het pakket aan paracommerciële activiteiten dat in het gemeenschapshuis plaatsvindt, kan per kern verschillen. Deze verschillen zijn historisch bepaald aan de hand van de lokale mogelijkheden.
Uitgangspunt 27.
Gemeenschapshuizen mogen geen gebruiksmogelijkheden bieden aan activiteiten van commerciële of persoonlijke aard, tenzij dit met instemming van de plaatselijke horeca geschiedt en/of via de lokale horeca geen passend alternatief onderkomen voorhanden is.
( ervaring met beleidslijn “Paracommerciële activiteiten” )
- - Consumptieprijzen:
Om oneerlijke ( gesubsidieerde ) concurrentie met de plaatselijke horeca te voorkomen zijn de beherende instellingen strikt gehouden aan het bestaande beleid dat bepaald dat de consumptieprijzen in de gemeenschapshuizen gelijk moeten zijn aan gehanteerde prijzen in de lokale horeca. Er is op dit onderdeel geen ruimte voor eigen beleid. Verwijzingen naar de verschillen in sfeer, faciliteiten, e.d. vormen geen aanleiding de bestaande beleidslijn te wijzigen.
Uitgangspunt 28.
Om oneerlijke ( gesubsidieerde ) concurrentie met de plaatselijke horeca te voorkomen worden door de beherende instellingen consumptieprijzen gehanteerd die gelijk zijn aan het niveau van de plaatselijke horeca.
( ervaring met beleidslijn “Consumptieprijzen” )
Uitgangspunt 29.
Afwijkingen van de uitgangspunt 28 worden niet toegestaan. Handelen in strijd met deze afspraak / deze beleidslijn kan leiden tot een sanctie in vorm van een correctie op de hoogte van de verleende subsidiebijdrage.
Overig:
Uitbreiding opslagmogelijkheden:
Uitgangspunt 30.
De opslagcapaciteit van de gemeenschapshuizen dient uitsluitend voor materialen van het gemeenschapshuis zelf . Er wordt niet voorzien in extra opslagmogelijkheden voor spullen van gebruikers.
In de praktijk vindt opslag plaats van spullen die door de gebruikers moeilijk te vervoeren zijn. Als daar in goed overleg met de beherende instelling een oplossing voor kan worden gevonden, is dat geen probleem.
Medewerking betreft echter een extra service, is niet afdwingbaar.
Planning
| uitgangspuntennotitie in B&W | 29 juni 2010 ( aanleveren 24/6 ) |
| Uitgangspuntennotitie strookt met coalitieprogramma en biedt voldoende perspectief voor afstemming met betrokken instellingen | Besluit B&W 29 juni 2010 |
| toesturen sturen naar beherende instellingen | 1 juli 2010 |
| overleg beherende instellingen ( evt. na afzonderlijke raadpleging gebruikers/-raad ) | Juli 2010 |
| bijstellen visie | Juli 2010 |
| keuzenotitie in gemeenteraad ( incl. inschatting praktische en financiële gevolgen, op hoofdlijnen ) | Nov. 2010 |
| opstellen subsidiegrondslagen om instellingen financieel in staat te stellen de visie te verwezenlijken + beeld van de financiële gevolgen in vergelijk met de huidige situatie | Dec. 2010 |
| overleg met beherende instellingen + beeld gevolgen per afzonderlijke instelling | Jan. 2011 |
| uitkomsten overleg met beherende instellingen voorleggen aan B&W | Febr. 2010 |
| beleidsnota incl. nieuwe missie en visie voorleggen aan de gemeenteraad | Apr. 2011 |
| voorbereidingen keuzenotitie “Den Herd” toetsen aan nieuwe beleidsnota | Apr. 2011 |
Bronvermelding geraadpleegde documenten.
- - Beleidsnota gemeenschapshuizen gemeente Bladel 2001
- - Toekomstvisie Leven in de gemeente Bladel 2030
- - Visiedocument ’t Heft, Platform voor samenwerking van gemeenschapshuizen in Noord Brabant
- - Stichting ZET,
- - Notitie “Hapert toekomstbestendig”, Georganiseerd Burgeroverleg Hapert (GBOH)
- - Toekomstvisie Stichting Den Herd
- - Sterkte / zwakte analyse Stichting Den Herd
- - Notitie “Uitgangspunten voor de realisering van dienstencentra in het kader van de ontwikkeling van woonzorgzones in de gemeente Bladel”
- - Kennisnetwerk Multifunctionele Accommodaties ( KenMFA )