**1..** Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde plaats
en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer een
afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te
storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een
wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding
van het milieu.
**2..** Het college kan ten aanzien van het verbod ontheffing verlenen.
**3..** Het verbod is niet van toepassing op:
het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden
van huishoudelijke afvalstoffen of
bedrijfsafvalstoffen;
het thuis composteren van groente-, fruit- en
tuinafval;
voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of
worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden,
lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten
van andere werkzaamheden op of aan de weg.
**4..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover de Wet
bodembescherming of het Besluit Bodemkwaliteit voorziet in de
beoogde bescherming van het milieu.
Toelichting
Algemeen
In het Impulsprogramma van VNG, het ministerie van VROM en VNO-NCW
(bedrijfsleven) is de volgende ambitie geformuleerd:
“De ambitie van het programma, en daarmee van de
samenwerkende partijen is om de preventie van zwerfafval, de
handhaving en het opruimen zodanig ter hand te nemen dat de
openbare ruimte eenduidig zichtbaar en meetbaar schoner is
“.
De ergernis van de burger over zwerfafval is groot. Gemeenten spelen
daarom een belangrijke rol bij het voorkomen en bestrijding van
zwerfafval en daarmee het verbeteren van de directe leefomgeving van
de burger. Gedacht kan worden aan het creëren van voldoende
voorzieningen voor inzameling en verwijdering, communicatie met de
burger en de controle van (on)gewenst aanbied- en
wegwerpgedrag.
Op grond van artikel 10.25, onder a en b, Wm kunnen gemeenten in hun
afvalstoffenverordening de zwerfafvalproblematiek regelen. Er is
sprake van facultatief medebewind. Gemeenten hebben hiertoe de
bevoegdheid, maar geen wettelijke plicht
In deze paragraaf van de afvalstoffenverordening zijn een aantal
artikelen over het voorkomen en beperken van zwerfafval
opgenomen.
Het regelen van het voorkomen en bestrijden van zwerfafval in de
afvalstoffenverordening en de handhaving hiervan is het sluitstuk
van een goede aanpak van het zwerfafval. Een goede aanpak van
zwerfafval vereist in de eerste plaats een goede analyse van het
daadwerkelijke probleem. Wie zijn de veroorzakers (bijvoorbeeld
scholieren, recreanten)? Op welke plekken ontstaat zwerfafval
(invalswegen, snoeproutes, winkelcentra, recreatiegebieden,
evenementen)? Ook het ontwikkelen van gemeentelijk beleid voor de
aanpak van zwerfafval is zeer wenselijk. Daarnaast zullen er ook een
aantal fysieke maatregelen genomen moeten worden, zoals voldoende
afvalbakken, blikvangers en dergelijke. Voor een goede aanpak in de
gemeente is het ook wenselijk om een coördinator te benoemen, omdat
er vaak meerdere afdelingen binnen een gemeente betrokken zijn. Ten
slotte is communicatie naar de burger een zeer belangrijk element in
de aanpak van zwerfafval. Gedacht kan worden aan lokale
reclamespotjes, folders, persberichten, lespakketten voor basis en
middelbaar onderwijs of zogenaamde speciaal schoonmaakacties.
§ 5
Artikel 16
Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging
Onderdeel van Afvalstoffenverordening Sittard-Geleen 2009