Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of dergelijke of ander
promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, is verplicht deze of de
verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten opruimen, indien
deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere
voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden
weggeworpen.
Toelichting
Wettelijke grondslag
In artikel 10.25, onder b, Wm is de basis gelegd voor het opnemen van
een dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Van belang is dat
dit artikel voortaan niet meer is gebaseerd op de Gemeentewet. Zie
hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die over artikel 10.25 Wm
zegt:“De onderdelen a en b hebben betrekking op
zwerfafval. Onderdeel b betreft het opruimen van zwerfafval.”
Dit artikel is dus een uitwerking van artikel 10.25, onder b, Wm in de
vorm van een verplichting tot opruimen of laten opruimen van
reclamebiljetten of ander promotiemateriaal.
Een bepaling als vervat in dit artikel, werd door de Hoge raad
verenigbaar geacht met artikel 7 grondwet (oud artikel 7, eerste lid,
van de herziene Grondwet). Zie HR 27 februari 1951, 472
(Eindhoven).
Promotiemateriaal
Niet alleen reclamebiljetten worden aan het publiek uitgereikt. Ook
ander promotiemateriaal wordt vaak uitgereikt. Gedacht kan worden aan de
zogenaamde samplings, monsters of miniverpakkingen, waarin ter promotie
een product in een kleine hoeveelheid wordt aangeboden. Op grond van dit
artikel kan degene die dergelijk promotiemateriaal uitreikt, worden
verplicht het promotiemateriaal, de verpakking of de inhoud daarvan op
te ruimen of te laten opruimen.
§ 5
Artikel 20
Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal
Onderdeel van Afvalstoffenverordening Sittard-Geleen 2009