De houder of beheerder van een inrichting waar eet- of drinkwaren worden
verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht:
een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de
inrichting op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben,
waarin het publiek afval kan achterlaten;
zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp
van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk
geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of voorwerp steeds
tijdig wordt geledigd;
zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van
de inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging
van een ambtenaar, belast met de toezicht op de naleving van dit
artikel, in de nabijheid van de inrichting achtergebleven afval
wordt opgeruimd.
Toelichting
Wettelijke grondslag
In artikel 10.25, onder a, Wm is de basis gelegd voor het opnemen van
een dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Van belang is dat
dit artikel voortaan niet meer is gebaseerd op de Gemeentewet.
Zie hiervoor ook de Memorie van Toelichting, die over dit artikel zegt:
“De onderdelen a en b hebben betrekking op zwerfafval. Onderdeel a
betreft het voorkomen of het beperken van zwerfafval. Regels hieromtrent
kunnen op diverse wijze worden gesteld. Zo kunnen er regels worden
gesteld omtrent het direct veroorzaken van dit soort verontreiniging.
Veelal zal het daarbij gaan om een verbod, bijvoorbeeld om afval op
straat of in het water te werpen. De regels kunnen ook de aanwezigheid
van bepaalde voorzieningen (bijvoorbeeld een afvalbak bij een snackbar)
of het gebruik daarvan voorschrijven."
Inrichtingen waar eet- en/of drinkwaren worden verkocht zijn
bijvoorbeeld een winkel, hal of kraam. Het afval dat hierbij kan
vrijkomen zijn bijvoorbeeld papier, etensresten, verpakkingsmateriaal of
ander afval.
Wet milieubeheer
Opgemerkt wordt dat een inrichting, zoals bedoeld in dit artikel,
vergunningsplichtig kan zijn op grond van de Wet milieubeheer dan wel
meldingsplichtig op grond van het Besluit algemene regels voor
inrichtingen milieubeheer, ook wel Activiteitenbesluit genoemd. Met de
inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit op 1 januari 2008 is het
voormalige Besluit Horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen
milieubeheer komen te vervallen.
De verplichting zoals opgenomen onder c van deze bepaling kan in deze
gevallen als voorschrift aan een dergelijke milieuvergunning worden
verbonden, dan wel rechtstreeks voortvloeien uit het
Activiteitenbesluit.
In de nabijheid van de inrichting
Artikel 213 van het Activiteitenbesluit bepaalt het volgende:
"Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als
nodig etenswaren, verpakkingen, sport- of spelmaterialen, of andere
materialen die uit de inrichting afkomstig zijn of voor de
inrichting zijn bestemd binnen een straal van 25 meter van de
inrichting." Hieruit volgt dat het criterium "in de
nabijheid van de inrichting" kan worden uitgelegd als binnen een straal
van 25 meter van de inrichting.
§ 5
Artikel 19
Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren
Onderdeel van Afvalstoffenverordening Sittard-Geleen 2009