Naar hoofdinhoud

§ 6

Artikel 22

Verbod opslag van afvalstoffen

Onderdeel van Afvalstoffenverordening Sittard-Geleen 2009

1.. Het is verboden afvalstoffen op voor het publiek zichtbare plaats in de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben. 2.. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. 3.. Het verbod is niet van toepassing op het overdragen of ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst, andere inzamelaars of de personen of instanties die in het kader van de producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur of ministeriele regeling een inzamelplicht hebben voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen. Toelichting In artikel 10.25, onder c, Wm is de basis gelegd voor het opnemen van een dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Bij de afvalstoffenverordening kunnen voortaan in ieder geval regels worden gesteld omtrent het op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig hebben van afvalstoffen. Artikel 10.25, onder c, Wm geldt voor de opslag van alle afvalstoffen (zie ook de toelichting bij artikel 1 en artikel 23 van deze verordening). Net als bij de bepalingen over zwerfafval, die zijn gebaseerd op artikel 10.25, onder a en b, Wm is ook hier sprake van facultatief medebewind. Tweede lid Op grond van het tweede lid kan het college ontheffing verlenen op het verbod om onder andere afvalstoffen en autowrakken op te slaan voor buiten de weg gelegen plaatsen. Door het opnemen van deze bepaling in de afvalstoffenverordening is het artikel in de APV, alleen voor wat betreft het aanwijzen van plaatsen voor afvalstoffen en autowrakken, komen te vervallen. Artikel 22 beoogt het belang van het milieu te beschermen. Ten aanzien van autowrakken die op de weg zijn geplaatst heeft het artikel in de APV een aanvullend motief op grond van de verkeersveiligheid. Voor autowrakken zie ook de toelichting bij artikel 23.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel