**1..** Het is verboden afvalstoffen op voor het publiek zichtbare plaats in
de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de Wet
milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben.
**2..** Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
gestelde verbod.
**3..** Het verbod is niet van toepassing op het overdragen of ter
inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de
inzameldienst, andere inzamelaars of de personen of instanties die
in het kader van de producentenverantwoordelijkheid bij algemene
maatregel van bestuur of ministeriele regeling een inzamelplicht
hebben voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen.
Toelichting
In artikel 10.25, onder c, Wm is de basis gelegd voor het opnemen
van een dergelijk artikel in de afvalstoffenverordening. Bij de
afvalstoffenverordening kunnen voortaan in ieder geval regels worden
gesteld omtrent het op een voor het publiek zichtbare plaats
aanwezig hebben van afvalstoffen.
Artikel 10.25, onder c, Wm geldt voor de opslag van alle
afvalstoffen (zie ook de toelichting bij artikel 1 en artikel 23 van
deze verordening). Net als bij de bepalingen over zwerfafval, die
zijn gebaseerd op artikel 10.25, onder a en b, Wm is ook hier sprake
van facultatief medebewind.
Tweede lid
Op grond van het tweede lid kan het college ontheffing verlenen op
het verbod om onder andere afvalstoffen en autowrakken op te slaan
voor buiten de weg gelegen plaatsen. Door het opnemen van deze
bepaling in de afvalstoffenverordening is het artikel in de APV,
alleen voor wat betreft het aanwijzen van plaatsen voor afvalstoffen
en autowrakken, komen te vervallen.
Artikel 22 beoogt het belang van het milieu te beschermen. Ten
aanzien van autowrakken die op de weg zijn geplaatst heeft het
artikel in de APV een aanvullend motief op grond van de
verkeersveiligheid. Voor autowrakken zie ook de toelichting bij
artikel 23.
§ 6
Artikel 22
Verbod opslag van afvalstoffen
Onderdeel van Afvalstoffenverordening Sittard-Geleen 2009