Een gedraging in strijd met de volgende artikelen is een strafbaar feit
in de zin van artikel 1a, onder 3º, Wet op de economische delicten:
Artikel Onderwerp
Artikel 6 Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens
vergunning
Artikel 7 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
afvalstoffen aan anderen
Artikel 8 Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke
afvalstoffen door anderen dan gebruikers van percelen
Artikel 9 Afzonderlijk ter inzameling aanbieden
Artikel 10 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
Artikel 11 Dagen en tijden voor het ter inzameling aanbieden
Artikel 14 Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de
inzameldienst
Artikel 15 Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een
ander dan de inzameldienst
Artikel 16 Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging
Artikel 17 Achterlaten van straatafval
Artikel 18 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
afvalstoffen
Artikel 19 Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
drinkwaren
Artikel 20 Wegwerpen van reclamebiljetten of ander
promotiemateriaal
Artikel 21 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
werkzaamheden
Artikel 22 Verbod opslag van afvalstoffen
Artikel 23 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden
Toelichting
De tekst van dit artikel sluit aan bij artikel 6.1 APV:
Strafbepalingen.
Aanduiding strafbare feiten
In dit artikel worden de bepalingen opgesomd die als strafbaar feit
worden aangeduid om strafrechtelijk gehandhaafd te kunnen worden.
De strafbaarstelling van artikel 10.23 Wm over de gemeentelijke
afvalstoffenverordening is geregeld in de Wet op de economische delicten
(Wed). Aangezien niet alle bepalingen in de afvalstoffenverordening zich
voor strafrechtelijke handhaving lenen, is de strafbaarstelling
geclausuleerd.
Artikel 1a, aanhef, onder 3º Wed luidt:“Economische delicten zijn
eveneens: overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: ….
de Wet milieubeheer, 10.23 - voorzover aangeduid als strafbare feiten -
en …….”
In de afvalstoffenverordening moet daarom worden aangegeven welke
overtredingen (lees: de overtreding van welke artikelen) een strafbaar
feit opleveren. Uitsluitend indien dat het geval is, vormt de
overtreding een economisch delict in de zin van artikel 1a, onder 3º
Wed.
In dit kader is tevens van belang dat de afvalstoffenverordening tijdig
wordt aangepast aan een eventuele wijziging van hogere wetgeving. Zo
werd in een uitspraak van de rechtbank Zwolle (d.d. 14 december 2004,
LJN:AR7488, 07.750227-03) overwogen, dat de APV ten tijde van het
bewezen verklaarde feit nog niet was aangepast aan de wijziging van de
Wet milieubeheer, zodat het gedrag in strijd met de verordening niet
uitdrukkelijk is aangeduid als strafbaar feit. De rechtbank bepaalde dat
niet was voldaan aan het vereiste van de Wed en dat alleen sprake was
van een economisch delict, indien de betreffende gedraging is aangeduid
als strafbaar feit en besluit tot ontslag van alle
rechtsvervolging.
Strafmaat
In de Wed is de strafmaat aangegeven van overtredingen van plaatselijke
verordeningen die gebaseerd zijn op de Wet milieubeheer. In het geval
van de afvalstoffenverordening hechtenis van ten hoogste zes maanden of
een geldboete van de vierde categorie.