**1..** Door de inzameldienst of andere inzamelaars worden de volgende
categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk
ingezameld:
groente-, fruit- en tuinafval;
klein chemische afval;
verpakkingsglas;
vlakglas;
oud papier en karton;
textiel;
elektrische en elektronische apparatuur;
metalen;
asbest en asbesthoudend afval;
bitumenhoudend afval;
hout (onbehandeld en behandeld hout);
verduurzaamd hout;
frituurvet/olie
autobanden;
grof tuinafval;
grof huishoudelijk afval;
huishoudelijk restafval;
puin;
bouw- en sloopafval;
grond, zand en graszoden;
huisraad (compleet, heel en schoon)
**2..** het college kan een omschrijving vaststellen van de categorieën
huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in het eerste lid.
Toelichting
Eerste lid: Landelijk afvalbeheersplan
Artikel 10.14 Wm bepaalt dat bestuursorganen, bij de uitoefening van
hun bevoegdheid met betrekking tot afvalstoffen, rekening dienen te
houden met het geldende afvalbeheerplan. Hieruit volgt dat bij het
vaststellen of wijzigen van de afvalstoffenverordening rekening
dient te worden gehouden met het LAP (Landelijk afvalbeheerplan). In
de opsomming in het eerste lid van dit artikel is daarom aangesloten
bij het LAP. Het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) benoemt in
hoofdstuk 14 van deel 1 Beleidskader, de volgende door de consument
te scheiden afvalstoffen: groente-, fruit- en tuinafval, papier en
karton, glas, textiel, elektrische en elektronische apparatuur,
klein chemisch afval, en componenten van grof huishoudelijk afval
(grof tuinafval, huishoudelijk bouw- en sloopafval, waaronder
verduurzaamd hout).
Eerste lid: Aanvulling lijst met andere
categorieën
De lijst genoemd in artikel 3 kan naar behoefte met andere
categorieën worden uitgebreid. De grondslag hiervoor is te vinden in
artikel 10.21, derde lid, Wm, waarin gesteld wordt dat de raad kan
besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van
huishoudelijke afvalstoffen. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld,
metalen of autobanden.
Eerste lid sub a: GFT-afval
Artikel 10.21 tweede lid, Wm verplicht gemeenten in ieder geval tot
de afzonderlijke inzameling van groente-, fruit- en tuinafval
(GFT-afval). Het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) gaat er in ieder
geval van uit dat GFT-afval apart wordt ingezameld. Ook het
ministerie van VROM houdt vast aan een verplichte GFT-inzameling.
Desondanks is afwijking van deze verplichting mogelijk in het belang
van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen,
bijvoorbeeld om redenen van de GFT-kwaliteit, kostenniveau of de
milieuhygiëne. Op grond van artikel 10.26, eerste lid, onder c, Wm
kan bij verordening worden bepaald dat in een deel van het
grondgebied geen huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld.
Eerste lid: Regeling beheer elektrische en elektronische
apparatuur en besluit Batterijen
Ten slotte verplichten de regeling beheer elektrische en
elektronische apparatuur en het Besluit batterijen gemeenten tot de
gescheiden inzameling van elektrische en elektronische apparatuur
respectievelijk batterijen afkomstig van huishoudens.
Eerste lid: Afstemming met artikel 9: Afzonderlijk ter
inzameling aanbieden
In artikel 9 is een verbod opgenomen om opgesomde categorieën anders
dan afzonderlijk ter inzameling aan te bieden. Afstemming van
artikel 3 met artikel 9 is gewenst.
Eerste lid: Uitspraak Raad van State over
textiel
Textiel is een afvalstof in de zin van artikel 1.1, eerste lid, Wm.
Dit blijkt uit een uitspraak (voorlopige voorziening) van de
Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS 28-01-2003,
200206958/1).
Het Intergemeentelijk Orgaan Rivierenland (IOR) had een
inzamelvergunning voor textiel verleend aan een charitatieve
instelling. Het bestuur van het IOR besloot uit oogpunt van
doelmatigheid de inzameling van textiel zelf ter hand te nemen en de
samenwerking met de charitatieve instelling te beëindigen. In een
voorlopige voorziening bij de Raad van State werd door de instelling
betoogd dat er geen sprake was van een afvalstof, omdat het textiel
met het oogmerk op hergebruik werd ingeleverd en ingezameld.
De Raad van State oordeelde echter anders. Het ingezamelde textiel
(draagbare en niet-draagbare kleding, lakens, dekens, grote lappen
stof en gordijnen) is aan te merken als een huishoudelijke
afvalstof, omdat de aangeboden kleding kennelijk ongesorteerd wordt
aangeboden en daarom nog een sorteerbewerking moet ondergaan. Een
deel van de ingezamelde textiel kan namelijk gebruikt worden
overeenkomstig de oorspronkelijke bestemming, een deel is slechts
geschikt voor een ander gebruik en een deel is onbruikbaar.
De Raad van State verwijst ook naar een uitspraak van het Hof van
Justitie, waarin werd geoordeeld dat het toepassingsgebied van het
begrip afvalstof afhangt van de term “zich ontdoen van”. In de
genoemde feiten ligt volgens de Raad van State een aanwijzing
besloten dat de huishoudens zich van het textiel hebben willen
ontdoen, voornemens zijn zich daarvan te ontdoen of zich daarvan
moeten ontdoen. De inzameling is daarom primair een
verantwoordelijkheid van de lokale gemeente.
De genoemde uitspraak betreft een voorlopige voorziening. De
Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de
voorgestelde lijn echter voortgezet in latere uitspraken; zie
bijvoorbeeld ABRS 17 december 2003, JM 2004/41. 200302669/1 en ABRS
24 februari 2006, LJN: AV2954, 200600642. Voor de
afvalstoffenverordening heeft de uitspraak van de Raad van State de
volgende consequentie. Het is niet aannemelijk dat een burger zijn
textiel gesorteerd kan aanbieden. Immers deze kan niet weten voor
welke bestemming hij bijvoorbeeld lappen of kleren aanbiedt
(hergebruik, poetslap of onbruikbaar). Een sorteerbewerking lijkt
hierdoor altijd noodzakelijk. Gesteld kan worden dat de gemeente op
grond van artikel 10.21 Wm een zorgplicht heeft voor de inzameling
van textiel. Dat betekent overigens niet dat de gemeente deze
inzameling zelf ter hand moet nemen. De gemeente kan op grond van
artikel 2, tweede lid, van deze afvalstoffenverordening besluiten
andere inzamelaars dan de inzameldienst aan te wijzen die met de
inzameling van het textiel belast zijn.
Uitvoeringsbesluit op grond van het tweede
lid
Het vastleggen van een omschrijving van de verschillende categorieën
huishoudelijke afvalstoffen is van belang om te kunnen ingrijpen bij
vervuiling van de fracties vanwege verkeerd aanbiedgedrag. Een te
zeer vervuilde fractie kan leiden tot kostentoerekening voor de
verwijdering door de be- of verwerker aan de gemeente, en in het
uiterste geval tot weigering van de ingezamelde fractie.
Het verdient in dat verband aanbeveling om in het besluit ook een
‘welles-nietes’-lijst op te nemen, waarin is aangegeven welke
componenten de betreffende afvalcategorie omvat en welke daartoe
juist niet behoren (zie bijvoorbeeld de welles-nietes-lijsten in de
VNG-handreiking Gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen en
het GFT-boekje van het voormalige Afval Overleg orgaan).