Onverminderd artikel 2, tweede lid en met toepassing van artikel 6 derde lid, wordt de verlaging vastgesteld op:

a. 10% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de eerste categorie;

b. 50% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de tweede categorie;

c. 100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de derde categorie.