Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9.

Artikel 9.1

Niet fraudevorderingen en werkaanvaarding

Onderdeel van Evaluatie herziening debiteurenbeleid algemene bijstandswet

Voor de voormalige bijstandscliënten met een inkomen hoger dan bijstandsniveau en een niet fraudevordering aan de gemeente, wordt voorgesteld dat zij bij werkaanvaarding gedurende het eerste jaar ten minste 30% van hun draagkracht aanwenden voor de aflossing hun schuld. Behoudt de voormalig cliënt na dit eerste jaar zijn arbeid dan wordt het aflossingsbedrag verder verlaagd naar 20% van de draagkracht zoals deze bij werkaanvaarding werd vastgesteld. Geadviseerd wordt de niet afgeloste leningen van voormalig bijstandscliënten buiten deze aflossingsregeling te laten. Voor de leningen geldt een apart aflossingsregime. Een voorwaarde die aan de schuldenaar gesteld moet worden is dat hij wel volledig aan zijn maandelijkse aflossingsverplichting moet voldoet. Wanneer door de schuldenaar deze voorwaarde niet nakomt, geldt automatisch de oude regeling waarbij ten minste 50% van de draagkracht wordt aangewend voor de verdere aflossing van zijn schuld In de notitie ‘De armoedeval opgelost’ van januari 2001 hebben wij u toegezegd de mogelijkheden van kwijtschelding nader te onderzoeken. Met name als instrument om werkaanvaarding te stimuleren. De gemeente heeft een uitstroom instrument in de vorm van premies. Wij stellen u voor om verrekening van deze premies met openstaande vorderingen uit te sluiten. Door de hoogte van het aflossingsbedrag te verlagen wordt de koopkracht vergroot. Daarbij komt de belanghebbende nadat gedurende een periode van drie jaar aan de aflossingsverplichting is voldaan, indien daartoe een verzoek wordt ingediend, in aanmerking voor kwijtschelding. In het kader van de armoedeval denken wij dan ook dat verdere maatregelen niet noodzakelijk zijn.

Rechtspraak bij dit artikel