Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VI

Artikel 31

Sluiting

Onderdeel van Verordening op de logeer- en kamerverhuurinrichtingen

1.. Het college kan bij een met redenen omkleed besluit de sluiting van een inrichting of een gedeelte daarvan bevelen: indien een inrichting zonder de vereiste vergunning wordt geëxploiteerd; voor zover een inrichting niet overeenkomstig de vergunning wordt geëxploiteerd; voor zover een inrichting niet overeenkomstig de aan de vergunning verbonden voorwaarden wordt geëxploiteerd. 2.. Het college deelt het besluit als bedoeld in het eerste lid schriftelijk bij aangetekende brief mede aan: de exploitant en de beheerder van de betreffende inrichting; de blijkens een door de exploitant en/of de beheerder te verstrekken opgave van de in debetreffende inrichting of in het betreffende gedeelte daarvan verblijvende personen aan wie gelegenheid tot logeren- en/of kamerruimte wordt verschaft als bedoeld in het bepaalde in deze verordening. 3.. Een besluit tot gehele of gedeeltelijke sluiting van een inrichting treedt in werking dertig dagen na de dag, waarop dit besluit op de in het tweede lid bedoelde wijze is medegedeeld en daartegen door de in dat lid bedoelde belanghebbenden geen beroep is ingesteld als bedoeld in artikel 36, eerste lid. In dat geval tegen een zodanig besluit beroep wordt ingesteld wordt tot gehele of gedeeltelijke sluiting van de betreffende inrichting niet overgegaan dan nadat door de raad op een dergelijk beroep is beslist. 4.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid in dringende gevallen in het belang van de gezondheid en/of de veiligheid bij een met redenen omkleed besluit de onmiddellijke sluiting van een inrichting of een gedeelte daarvan bevelen. 5.. Van het besluit tot sluiting wordt door of vanwege het college op een duidelijk zichtbare plaats een afschrift bevestigd bij de hoofdtoegang van de betreffende inrichting dan wel bij de toegang(en) van het gedeelte daarvan, alsmede in de betreffende inrichting of het betreffende gedeelten daarvan. Het college brengt op het betreffende besluit bovendien op de gebruikelijke wijze ter openbare kennis voor de termijn, dan dit van kracht is. 6.. De rechthebbende(n) op de betreffende inrichting, de exploitant, de beheerder en de in de inrichting verblijvende personen zijn verplicht toe te laten, dat het afschrift van het besluit, waarbij de sluiting wordt bevolen, overeenkomstig het bepaalde in het vijfde lid wordt bevestigd en bevestigd blijft zo lang het betreffende besluit van kracht is. 7.. Gedurende de tijd, dat het besluit tot sluiting van kracht is, is het de exploitant en de beheerder verboden om in de gesloten inrichting aan niet tot het gezin van de exploitant en/of beheerders behorende personen of aan hun buitenshuis wonende bloed- of aanverwanten gelegenheid tot logeren en/of kamerruimte als bedoeld in het bepaalde in deze verordening te verschaffen, te doen verschaffen, zulks te gedogen of te doen gedogen, tenzij door het college vooraf anders is bepaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel