Wanneer een inrichting geheel of gedeeltelijk is gesloten wordt
de exploitant of diens rechtverkrijgende(n) in de gelegenheid
gesteld zodanige voorzieningen te treffen of te doen treffen,
dat de betreffende inrichting of het gedeelte daarvan
overeenkomstig het bepaalde in deze verordening kan worden
geëxploiteerd. In dat geval verleent het college daartoe een
ontheffing als bedoeld in artikel 32, derde lid, onder b.
Opheffing van sluiting
De gehele of gedeeltelijke sluiting wordt door het college bij
aangetekende brief aan de exploitant en de beheerder van de
betreffende inrichting schriftelijk en met redenen omkleed mede
te delen besluit opgeheven, zodra:
Het college heeft vastgesteld, dat de betreffende
inrichting niet meer onder de werking van deze
verordening valt;
gebleken is, dat de betreffende inrichting dan wel het
betreffende gedeelte daarvan overeenkomstig de
vergunning of overeenkomstig de aan de vergunning
verbonden voorwaarden zal kunnen worden
geëxploiteerd;
voor de betreffende inrichting of het gesloten gedeelte
daarvan vergunning is verleend;
de vergunning voor de betreffende inrichting of het
gesloten gedeelte daarvan is vervallen op grond van het
bepaalde in het derde lid van dit artikel.
Vervallen vergunning
De voor een inrichting verleende vergunning vervalt wanneer de
betreffende inrichting of het betreffende gedeelte daarvan
gedurende twaalf achtereenvolgende maanden gesloten is
geweest.
Voor de toepassing van het bepaalde in dit lid neemt, ingeval
de sluiting op grond van het bepaalde in artikel 31, vierde lid,
met onmiddellijke ingang is bevolen, deze termijn eerst aanvang
zodra door de raad op een daartegen ingesteld beroep is
beslist.
Hoofdstuk VI
Artikel 33
Treffen van voorzieningen
Onderdeel van Verordening op de logeer- en kamerverhuurinrichtingen