In het functioneringsgesprek worden:
de meningen van de ambtenaar en van de leidinggevende uitgewisseld
betreffende:
de feitelijke functie-inhoud van betrokkene;
de wijze waarop de functie door de ambtenaar wordt
uitgeoefend;
de feitelijke omstandigheden waaronder de functie wordt
uitgeoefend;
de wijze waarop de leidinggevende zijn functie uitoefent
voor zover dit betrekking heeft op het functioneren van de
ambtenaar;
de inhoud van een over de ambtenaar uitgebracht
loopbaanadvies;
de mogelijkheden met betrekking tot de loopbaan van de
ambtenaar, zo nodig vast te leggen in een Persoonlijk
ontwikkelplan (POP);
de nakoming van de in het vorige functioneringsgesprek
gemaakte afspraken.
afspraken gemaakt, waarmee gezamenlijk gewenste veranderingen worden
beoogd.