In deze verordening wordt verstaan onder
alleenstaande: de belanghebbende bedoeld in artikel 4 sub a jo. artikel 30 sub a Algemene bijstandswet;
alleenstaande ouder: de belanghebbende bedoeld in artikel 4 sub b jo. artikel 30 sub b Algemene bijstandswet;
gezin: het gezin als bedoeld in artikel 4 sub c, ten 1e en ten 2e en artikel 3 jo. artikel 30 sub c Algemene bijstandswet. Voor de toepassing van artikel 4 en artikel 5 wordt mede onder een gezin verstaan het gezin bedoeld in artikel 29, tweede lid sub c Algemene bijstandswet;
kind: het kind als bedoeld in artikel 4 sub d Algemene bijstandswet;
minimumloon: het netto minimumloon voor een gezin, bedoeld in artikel 55 Algemene bijstandswet, respectievelijk het bedrag genoemd in artikel 30 sub c Algemene bijstandswet;
woonkosten: hetgeen in geld verschuldigd is voor of in verband met het normale gebruik van woonruimte;
zorgbehoevende: de belanghebbende die, indien hij niet te zamen met een andere persoon de woning zou bewonen, zou zijn aangewezen op beroepsmatige hulp zoals verzorging in een verzorgingstehuis of in een andere inrichting ter verpleging of verzorging;
schoolverlater: de belanghebbende, bedoeld in artikel 36, eerste en tweede lid Algemene bijstandswet.