Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Saldo- en liquiditeitenbeheer

Onderdeel van Treasurystatuut 2010

Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen: 1.      De gemeente streeft naar concentratie van liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities. 2.      Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat, kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt – conform artikel 4 lid 1 – de kasgeldlimiet niet overschreden. 3.      Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening-courant. 4.      Bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn de volgende instrumenten toegestaan: rekening-courant, daggeld, spaarrekeningen, kasgeldleningen, en deposito’s. 5.      Bij het uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn uitsluitend de in artikel 6 genoemde tegenpartijen toegestaan. 6.      De gemeente vraagt bij minimaal drie instellingen offertes op voordat middelen worden aangetrokken of uitgezet met een looptijd korter dan één jaar. Deze offertes worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel