**1..** Indien de medewerker in de re-integratieperiode een functie accepteert buiten de gemeentelijke organisatie wordt hij ontheven van eventuele terugbetalingsverplichtingen die voortvloeien uit hoofdstuk 17 van de CAR/UWO, de bepalingen omtrent betaald ouderschapsverlof uit hoofdstuk 6 CAR/UWO en de bepalingen omtrent verhuiskosten in hoofdstuk 18 CAR/UWO (dan wel de lokale Regeling aanvulling verplaatsingskosten).
**2..** Indien de medewerker als bedoeld in het eerste lid van dit artikel door het accepteren van een functie buiten de gemeentelijke organisatie een achteruitgang in zijn bezoldiging ondervindt van bruto meer dan 2,5%, dan kan hem voor een maximale periode van 3 jaar een suppletie worden toegekend die ten hoogste gelijk is aan het verschil tussen de laatst bij de gemeente Westland genoten bezoldiging en de bezoldiging die hij in zijn nieuwe (passende) functie ontvangt. De suppletie eindigt op het moment dat de bezoldiging van de medewerker in zijn nieuwe functie gelijk is aan de bezoldiging die hij bij de gemeente Westland ontving, dan wel wanneer hij (gedeeltelijk) werkloos wordt en als gevolg daarvan geen werkloosheidsuitkering ontvangt.
**3..** Om in aanmerking te komen voor een suppletie als bedoeld in het tweede lid, dient de medewerker bij zijn aanvraag een kopie van zijn aanstelling en/of arbeidsovereenkomst te overleggen. Voorts dient hij ieder kalenderjaar uiterlijk in de maand februari zijn salarisstrook over de maand januari en de door zijn werkgever ten behoeve van de Belastingen verstrekte jaaropgave te overleggen. Daarnaast dient hij mededeling te doel van een tussentijdse verhoging van zijn bezoldiging.
**4..** Eventueel teveel betaalde suppletie als bedoeld in het tweede lid kan worden teruggevorderd.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5:7
Functie buiten de gemeentelijke organisatie
Onderdeel van Sociaal Statuut 2011