Naar hoofdinhoud
1.. De maatregel wordt vastgesteld op: 10% van de bijstandsnorm of de toepasselijke grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie; 20 % van de bijstandsnorm of de toepasselijke grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie; 40 % van de bijstandsnorm of de toepasselijke grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie; 100% van de bijstandsnorm of de toepasselijke grondslag gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie. 2.. In afwijking van de percentages genoemd in het eerste lid onder a kan een maatregel worden opgelegd ter hoogte van een lager percentage indien artikel 2, tweede lid van deze verordening daartoe aanleiding geeft. 3.. De duur van de maatregel bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van het besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. 4.. De duur van de laatst opgelegde maatregel wordt nogmaals verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van het besluit waarbij reeds sprake was van recidive, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie, bedoeld in artikel 12 of 13 van deze verordening. 5.. Voor de toepassing van het tweede en derde lid wordt het besluit waarbij een maatregel is opgelegd gelijkgesteld aan het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 3, tweede lid van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel